dec
9
2020

Betül Demirkoparan: “Theekransjes zijn leuk maar je mentaliteit is het belangrijkste, niet wat je eet of drinkt”

Diversiteit

Blog

Betül Demirkoparan is doctoraal onderzoeker aan de KU Leuven en focust in haar onderzoek op de culturele en religieuze identiteitsvorming bij moslimjongeren in België. We spraken met haar af om meer te weten te komen over dit heel nieuwe onderzoeksgebied waarin zij pioniert. Een echte must-read voor iedereen die met mensen met een migratieachtergrond werkt.

Socius: Bedankt om tijd te maken in je drukke agenda om de resultaten van je onderzoek met ons te delen, Betül. Hoe zou je je eigen identiteitsvorming omschrijven?
Betül Demirkoparan: “Ik ben een Vlaams meisje dat in Leuven studeert, in heb Turkse roots, ik ben Belg, ik ben hier geboren en opgegroeid en woon al acht jaar in Brussel. Al deze deelidentiteiten komen samen in mijn identiteitsconstructie.”

Dat je een native researcher bent heeft waarschijnlijk veel voordelen.
“Zeker en vast. Ik ben een onderzoeker die vertrouwd is met de gemeenschap. In sociologisch veldonderzoek is dat heel belangrijk. In tegenstelling tot de media en politici leg ik als researcher de focus op wetenschappelijk onderzoek, dus op alles wat écht is. In plaats van labels te plakken of mensen te categoriseren sta ik als wetenschapper in het veld: ik ontmoet echte mensen, praat met hen, luister naar hun uitingen, vraag door en probeer hun leefwereld en gedachten naar boven te halen en te interpreteren. Dat is niet zo gemakkelijk.

Een voorbeeld: ik vraag een pas afgestudeerde 18-jarige jongeman wat de islam voor hem betekent. Als hij dan zegt dat de islam een way of life is en centraal staat in zijn identiteit dan probeer ik door te vragen en te identificeren wat hij precies bedoelt. Het gaat niet enkel over datgene waaraan hij het eerste denkt. Door dieper te graven probeer ik zijn woorden zo juist mogelijk te interpreteren. Ik geef hem ook de tijd om zijn gevoelens te uiten.

Het gebeurt weleens dat ik omwille van mijn profiel als theologe en native researcher meer vertrouwen krijg dan een journalist. Door de recente commoties en uit angst dat zijn woorden verkeerd geïnterpreteerd of verdraaid worden kan een respondent een gesloten houding vertonen. Een juiste communicatie, expertise in het veld, kennis van de religie en de cultuur en de competentie om analytisch te denken zijn onmisbaar voor een juiste analyse.”

Vandaag is er in het publieke debat een fixatie op de ‘Vlaamse identiteit’ en wordt de identiteitsontwikkeling bij moslimjongeren door de media inderdaad vaak eenzijdig geproblematiseerd. Wat is het effect hiervan op jongeren?
“In heel Europa polariseert het debat. En bij de jongeren die ik bevraag stel ik uit hun uitingen vast dat zij dit heel concreet merken. Het is bijvoorbeeld opmerkelijk dat de moskee steeds belangrijker wordt voor moslimjongeren terwijl ze minder voeling hebben met de traditionele moskeestructuur in vergelijking met hun ouders. Ze gaan misschien enkel voor het vrijdaggebed of tijdens het Offerfeest voor rituelen.

“Jongeren plooien zich enkel terug op de islamitische identiteit als tegenreactie op polarisatie.”

Ik zie dat de moskee bij jongeren centraal staat als identiteitsmaker en dat het een heilige plaats blijft die ze moeten ‘beschermen’. Hoe komt dat? Ik heb mij dat heel lang afgevraagd. Uit mijn gesprekken blijkt dat zij de moskee net belangrijker vinden door die polariserende uitspraken. Of omdat er varkenskoppen worden achtergelaten, hakenkruisen getekend of omdat de voorzitter dreigbrieven ontvangt dat de moskee in brand gestoken zal worden. Moslimjongeren zien onderdelen van de islam zoals de moskee als een houvast en plooien zich terug op de islamitische identiteit.”

Als tegenreactie op die polarisatie?
“Ja. Het is natuurlijk niet wetenschappelijk onderzoekbaar of iemand religieuzer wordt of niet, maar op basis van de uitingen, gedragingen en hun gedachtegoed kan ik niet zeggen dat jongeren meer praktiserend zijn. Ik kan niet zeggen dat zij bijvoorbeeld meer praktiseren omdat ze zich focussen op de islamitische identiteit. Zij plooien zich terug op de islamitische identiteit als tegenreactie. Een groot deel van de jongeren geeft aan dat ze zich bedreigd voelen als iemand zegt dat moslims en de islam hier niet thuishoren. De moskee krijgt een andere betekenis en wordt een plaats die ze moeten beschermen.”

Mogen we dan stellen dat moslimjongeren eigenlijk seculariseren?
“Als ik naar de mainstream kijk zie ik toch wel liberale en seculiere aspecten in hun identiteitsvorming. Maar daar horen we nooit iets over. ‘De radicale prediker’, ‘de boerka’… We horen enkel berichten over radicaliserende moslimjongeren terwijl dat een zeer kleine minderheid is. Mijn onderzoek focust op moslims en de islam in het dagelijkse leven.

Het is zeer interessant om te observeren hoe de nieuwe generatie moslims zich positioneert binnen een seculiere liberale maatschappij. De nieuwe generatie is heel creatief in de manier waarop zij het moslim-zijn en het westerse samenbrengen.

Uit de manier waarop jonge moslimvrouwen zich kleden kan veel afgeleid worden. Als we jonge moslima’s observeren zien we dat ze weinig interesse hebben in het dragen van een boerka of chador. Zij proberen meestal modern en modieus over te komen. Ze kopen hun hoofddoek bijvoorbeeld in de Mango of de Zara en combineren de kleur ervan met hun outfit. Soms wikkelen ze die rond hun hoofd en dragen ze er grote oorbellen bij in dezelfde kleur om zo een soort ‘hijabista’-stijl (samenvoeging van hijab en fashionista, nvdr) te creëren. Dát is meestal de mainstream moslim die over straat loopt.”

Wat zijn de voornaamste verschillen tussen de jongeren en hun ouders of oudere generaties?
“Bij de derde en vierde generatie moslims zijn die verschillen al heel duidelijk, de tweede zit nog in een overgangsfase. Vooral de derde en vierde generatie zitten vast tussen twee dynamieken. Aan de ene kant wijzen ze de islam van hun ouders af en gaan ze op zoek naar de ware, pure islam. Het afwijzen van de islam van de ouders is meestal niet negatief, maar is het resultaat van de afname van culturele aspecten uit het thuisland. Jongeren groeien op in een andere context en proberen het moslim-zijn te herdefiniëren.

“Diaspora’s zijn niet louter verplaatsingen, het zijn ook actieve definiëringsprocessen.”

Mijn respondenten zeggen vaak: ‘De islam van mijn ouders, dat is niet de echte islam, er is veel bijgeloof’. Zij maken dus een onderscheid tussen cultuur en religie. En aan de andere kant proberen ze een antwoord te formuleren op de liberale seculiere samenleving. Ze zitten klem tussen die twee dynamieken, het wringt. Maar dit zorgt er net voor dat ze creatief en innovatief worden. Dit geldt natuurlijk niet voor iedereen. Bij sommigen kan het moeilijk verlopen. Erkenning, transparantie en aanwezigheid binnen de publieke sfeer lijken me daarom zeer belangrijk. In dit licht kunnen middenveldorganisaties gezien worden als belangrijke begeleidende instanties en actoren.  

Door deterritorialisatie en de wijziging van de plaats verandert ook de wijze van refereren aan  religieuze kennis, de invulling van het moslim-zijn en de identiteitsvorming. Diaspora’s zijn niet louter verplaatsingen, het zijn ook actieve definiëringsprocessen. De manier waarop moslims zichzelf binnen de samenleving positioneren verandert dus ook. En dat zien we vooral bij de derde en vierde generatie.

De nieuwe generatie probeert de islam te positioneren binnen de westerse seculiere samenleving. In vergelijking met de vorige generatie proberen ze meer plaats te nemen in de publieke ruimte. Bij initiatieven die betrekking hebben op religie nemen ze zelf het heft in handen.”

Op welke manier nemen ze het heft in eigen handen?
“Ik zal een voorbeeld geven: voor de eerste moslimmigranten waren de ‘traditionele’ moskee-imams de religieuze autoriteiten. Bij elke vraag over de islam werd er naar hen verwezen. De toenmalige gebedshuizen waren meestal garagemoskeeën. Moslimmigranten hingen er de Turkse of Marokkaanse vlag op en kwamen er samen om thee te drinken vanuit heimwee naar Turkije of Marokko. Bij de nieuwe generatie moslims is deze voeling niet zo sterk. Moslimjongeren hebben geen behoefte aan een stukje Turkije of Marokko. Ik merk op dat weinig jongeren vandaag refereren aan de ‘traditionele’ lokale moskee-imam. Ze zoeken islamitische kennis op via het internet of volgen islamcursussen of lezingen in islamitische kenniscentra.

Moslims richten vandaag ook hun eigen islamitische kenniscentra op, meestal los van de moskee. In de wetenschap noemen we dat het autonome religieuze veld. De moskee blijft belangrijk voor rituelen of bijeenkomsten voor bijvoorbeeld het vrijdaggebed, maar nieuwe islamitische kennisproductie gebeurt meestal in kenniscentra.

“Jongeren nemen het heft in eigen handen en richten hun eigen islamitische kenniscentra op.”

Deze nieuwe educatiecentra gebruiken de moderne mediatechnieken actief: via sociale media wordt een breder publiek bereikt waar livestream fatwa’s worden gegeven. Zo kan je live zien met welke vragen jongeren zitten. Deze centra zijn anders gestructureerd en hebben het doel om een antwoord te bieden op de noden en behoeften van Europese of Belgische moslimjongeren. Hun noden zijn anders dan die van de eerste generatie moslimmigranten.”

Wat zijn zoal vragen waar jongeren vandaag mee zitten?
“Mag ik als moslim of moslima in het Belgische leger werken als de kans bestaat dat ik naar Syrië gestuurd word om te strijden tegen moslims? Het is mijn droomjob, maar is dat wel (halal) toegestaan? Mag ik trouwen met een niet-moslim/a? Of vragen over islamic banking.

Dat zijn heel interessante vragen die twintig à dertig jaar geleden weinig gesteld werden. Om op deze vragen te antwoorden heb je fatwa-commissies en oelama’s (islamitische geleerden, nvdr) nodig. Er zijn vandaag eigenlijk niet genoeg geleerden die hierop focussen en innovatieve antwoorden kunnen formuleren.”

Kunnen jongeren goed praten met hun ouders over hun leefwereld en de moeilijkheden voor hen in de samenleving?
“Moeilijk. Net daarom kunnen sociaal-culturele verenigingen als begeleiders belangrijk zijn. De ouders zijn meer de Turkse of Marokkaanse moslims terwijl de jongeren zich meer identificeren als Belgische moslims. Ze zijn geen migranten meer. Bij een diaspora ga je alles opnieuw definiëren: je religie, je cultuur, hoe je jezelf positioneert binnen de samenleving, jezelf, je identiteit … Het is belangrijk dat hier democratisch mee wordt omgegaan, zodat je je identiteit kan vormgeven en kan bestaan als individu zonder een deelidentiteit op te zeggen om te kunnen participeren binnen de maatschappij.

Een heel interessant voorbeeld: ik heb vorig jaar een onderzoek gevoerd in een islamklas bij leerlingen van het eerste en tweede leerjaar in een school in hartje Brussel. Zij waren dus 6, 7 jaar oud. Ik vroeg de kinderen om een tekening te maken van het hiernamaals, het paradijs: de plaats waar goede mensen naartoe gaan als ze sterven. Waar je jouw lievelingseten mag eten, waar je kan spelen met jouw lievelingsdier en waar je jouw lievelingsmensen terugziet. Alles gebeurt er wat je wenst.

“Tekeningen van het paradijs met een kruis, een hond, frietjes … Dat zijn belangrijke symbolen die veel zeggen over de leefwereld van de derde en vierde generatie Belgische moslims.”

Het was echt héél verrassend voor mij: er waren leerlingen bij die een graf tekenden met een kruis op. Hun lievelingsdier? Een hond. Je moet weten dat een hond in huis hebben iets typisch West-Europees is. In Marokko of Turkije zie je dat niet vaak. Hun lievelingseten: frietjes met mayonaise. Ze tekenden ook een Belgische vlag met daarnaast een Marokkaanse of Turkse vlag.

Zo zie je maar hoe die kinderen hun identiteit construeren. Als native researcher probeer ik verworven data zo juist mogelijk te interpreteren. Een kruis, een hond, frietjes … dat zijn belangrijke symbolen die heel veel zeggen over de leefwereld van de derde en vierde generatie Belgische moslims.

Ik werk normaal met adolescenten en had dit eigenlijk niet verwacht. Zij zijn meer Belgisch en moslim. De Turkse of Marokkaanse soort moslim-zijn van de eerste generatie moslimmigranten erodeert. De nieuwe generatie is kritisch en bevragend. Dát is de toekomst. En daar moeten we een antwoord op formuleren.”

Hoe kunnen sociaal-culturele verenigingen hierop inspelen?
“Door meer ruimte te geven. Veel jongeren krijgen de kans niet om zichzelf te ontwikkelen omdat zij gereduceerd worden tot hun achternaam, religie of cultuur. Ze worden geconfronteerd met veel vooroordelen die gebaseerd zijn op mediabeelden die losstaan van de realiteit. Sociaal-culturele verenigingen kunnen een heel grote bijdrage leveren door deze mensen te integreren in de publieke ruimte zodat ook zij de kans krijgen om te bestaan met al hun deelidentiteiten.

Ben je moslim?’, ‘Ben je Belg?’, ‘Ben je Turk of ben je Belg?’ … alsof je geen Belgische moslim kan zijn. Zo’n vragen gaan in tegen de complexiteit van wat identiteit eigenlijk is. Ik probeer mijn deelidentiteiten als een verrijking te zien, maar er is een grote groep die die kans niet krijgt. Sommige mensen geven zelfs een andere naam op om werk of huisvesting te vinden. We kunnen vandaag misschien wel inschatten welke toekomstige problemen dit zal meebrengen, maar de tijd zal het uitwijzen.”

Het is waarschijnlijk geen evidente vraag, maar hoe zie jij de toekomst voor jongeren met een migratieachtergrond met de recente politieke ontwikkelingen?
“Sociaal-culturele organisaties worden alsmaar belangrijker en krijgen nu een grotere rol en meer verantwoordelijkheid. Er is nood aan een beweging of dynamiek met rolmodellen binnen de dominante publieke sfeer. Sociaal-culturele organisaties zijn ook belangrijk om de polarisatie tegen te gaan omdat zij centraal staan in de maatschappij.

“Sociaal-culturele organisaties zijn de barometers van de samenleving en worden alsmaar belangrijker om polarisatie tegen te gaan.”

Ik noem hen de barometers van de samenleving. Scholen zijn de barometers. Wetenschappelijk onderzoek is ook een barometer. Zij geven weer wat er zich écht afspeelt binnen de samenleving. En als je weet wat er zich afspeelt kan je de toekomst scherper zien.”

Is er nog iets wat je graag wilt meegeven aan sociaal-cultureel werkers?
“Weet goed wie je doelgroep is. Wat is hun leefwereld? Hoe positioneren zij zich tegenover anderen? Hoe proberen zij een positie in te nemen binnen de dominante publieke sfeer? Je werkt niet meer enkel met migranten of allochtonen, maar met Belgische moslims.

De cultuur van theekransjes en gebakjes erodeert geleidelijk aan. Het is wel leuk als iedereen iets van zijn of haar eigen cultuur meebrengt, dat is verrijkend en dat mogen we nooit vergeten. Maar je mentaliteit is het belangrijkste, niet wat je eet of drinkt. Hoe nieuwe generaties naar de dingen kijken verandert heel snel en daar mag meer rekening mee gehouden worden. Jezelf de vraag stellen: wie zijn zij en hoe kan ik een bijdrage leveren? Het is niet meer de Hoessein of Fatima die een beetje gebrekkig Nederlands kan of die in de mijn werkt en enkel een Turkse omgeving gewend is. Nee, het is die Aisha, Mariam of Ahmed die echt gewoon Belgisch is.”

Heb je na het lezen van dit interview nog vragen voor Betül Demirkoparan? Stuur haar dan zeker een mail via betul.demirkoparan@kuleuven.be. Misschien help je zo haar aan nieuwe ideeën voor haar onderzoek.


Hilke Charels

Hilke Charels

Scroll naar top