nov
8
2020

Stefaan Segaert en Ikrame Kastit

Nieuws

Sociaal-cultureel werkers zijn durvers. Een onbetreden pad schrikt hen niet af, een open vraag vormt een uitdaging, elke confrontatie is een kans. Zij ondernemen met veel lef, maar met minstens evenveel aandacht voor de voortdurend wisselende omstandigheden, voor de behoeften van de mensen rond hen, de doelgroepen waarmee en de organisaties voor wie ze werken. ‘Onzeker weten’ veronderstelt flexibiliteit en snelle analyses. Empathisch, inclusief en resultaatgericht werken terwijl processen voortdurend worden bijgesteld. Dat lukt alleen vanuit een fundamenteel geloof in de meerwaarde van participatie en betrokkenheid.

Het onzekere voor het zekere en er toch voor gaan

Ikrame Kastit is cocoördinator bij Uit De Marge vzw, het steunpunt voor jeugdwerk en jeugdbeleid met kinderen en jongeren in een maatschappelijk kwetsbare situatie. In de organisatie werken beleidsmedewerkers, maar ook eerstelijns jeugdwerkers. Leidinggeven aan een uiteenlopende ploeg betekent voor haar vooral inspireren en inhoudelijk begeleiden. Als aanspreekpunt voor de organisatie zet Ikrame ook in op zichtbaarheid en lobbywerk. Ze neemt vele en heel verschillende taken op, waardoor ze ’s ochtends vaak niet weet hoe haar dag er zal uitzien. Zeker niet als die dag ook verderloopt in een goedgevuld gezins- en (breed) politiek leven. 

Stefaan Segaert rondde op het moment van ons interview zijn opdracht als sociaal-cultureel werker voor Vormingplus Waas en Dender af, om te gaan werken als als buurtopbouwwerker bij Samenlevingsopbouw in de Melkaderwijk in Kallo. Stefaan beschrijft glashelder waarom hij de overstap naar Samenlevingsopbouw maakt: “Het contact met groepen vanuit die Melkaderwijk actief mogen en kunnen opzoeken om zo met heel veel mensen beweging te maken en de buurt te verbeteren. Welke kant dat op kan gaan, mogen mensen zelf aangeven.” 

Democratische basishouding

Stefaan zoekt bewust de nabijheid van mensen op. Sinds ze coördinator werd, werkt Ikrame niet meer dagelijks met jongeren, maar ze blijft door haar inzet in de stad Antwerpen erg dicht betrokken bij kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. Zowel Ikrame als Stefaan delen hun engagement tot ver voorbij het professionele leven. Stefaan volgt wat mensen beweegt in de Denderstreek en in het bijzonder in zijn thuisstad Lokeren. Ikrame zet zich als activiste en politica in voor Antwerpse burgers. Ze delen waarom ze de nabijheid van mensen zoeken en welke grondhouding daaraan ten grondslag ligt. 

Stefaan werkt vanuit de overtuiging dat de aangewezen weg om sociaal-culturele projecten uit te zetten die weg is die het meest ruimte biedt aan deelnemers om zelf actief bij te dragen. “De ervaring leerde me dat er groepen zijn die niet spontaan hun stem verheffen en die we dus actief moeten opzoeken. Ik tracht voortdurend oog te houden voor de verschillende leefsituaties en rugzakken van mensen. Zo eindig je vanzelf bij een meer inclusieve aanpak.”

Stefaan werkte binnen Vormingplus inhoudelijk vooral op de thema’s burgerschap en diversiteit. De democratische basishouding vertaalt zich bij Stefaan naar de zorg om nabijheid tussen burgers en projecten. Stefaan en zijn collega’s proberen bij het organiseren van lezingen de vinger aan de pols te houden, de stad aan het woord te laten, lokaal te verankeren. Die houding vormt hun leidraad. De laatste jaren werkte Stefaan bij Vormingplus steeds vaker projectmatig. Zelf omschrijft hij die projecten als “beweging maken in alliantie met burgers. Weg van ‘den bureau’ mensen zo inclusief mogelijk samenbrengen rond thema’s.” Stefaan werkt vanuit de overtuiging dat de aangewezen weg om sociaal-culturele projecten uit te zetten die weg is die het meest ruimte biedt aan deelnemers om zelf actief bij te dragen. “De ervaring leerde me dat er groepen zijn die niet spontaan hun stem verheffen en die we dus actief moeten opzoeken. Ik tracht voortdurend oog te houden voor de verschillende leefsituaties en rugzakken van mensen. Zo eindig je vanzelf bij een meer inclusieve aanpak.” 

Stefaan beschrijft hoe hij voor de Lokerse Queesten droomsessies organiseerde waarbij hij aan de Lokerse burgers een duidelijke vraag stelde: “Waar droom jij over in Lokeren”. Het startpunt stond vast, “maar hoe de dromen eruit zouden zien, dat kon alle kanten op. Je moet daarvoor heel beweeglijk zijn, zodat je op een flexibele manier ruimte en kansen ziet. Vervolgens moet je ook voldoende plaatsmaken in je agenda om op kansen te kunnen inspelen. Je kan niet zeggen: er is maar tijd voor 10 droomsessies. Ik zou het ondraaglijk vinden om op voorstellen niet in te kunnen gaan.” Die fundamentele inzet op participatie vereist van sociaal-cultureel werkers dat ze ook rekening houden met wat ze niet weten. Onzeker weten typeert hun professionele inzet. Het eindpunt van een groepsproces is immers lang niet altijd duidelijk van bij de aanvang.   

Onzeker weten

Ikrame herkent bij Uit De Marge vzw hoe de strijd van en voor kinderen en jongeren in een kwetsbare situatie niet via een vast stramien verloopt. Dat geldt zeker ook voor de eerstelijnswerkers die moeten inspelen op de leefwereld van kinderen en jongeren. “Dingen die jongeren meemaken zijn héél onvoorspelbaar, als je met jongeren aan het werk bent en die vragen om hulp dan draait dat jouw agenda helemaal om.” Bovendien wisselt de samenstelling van de groepen regelmatig. “Je loopt een traject met een groep maar als zij verder kunnen, dan moet ook jij weer naar een andere groep die op dat moment ondersteuning nodig heeft.” 

“Dingen die jongeren meemaken zijn héél onvoorspelbaar, als je met jongeren aan het werk bent en die vragen om hulp dan draait dat jouw agenda helemaal om.”

Het onvoorspelbare van hun werk komt voort uit het perspectief van kinderen en jongeren. Voor Ikrame is het essentieel dat iedereen binnen Uit De Marge vzw die leefwereld – en de bijhorende onzekerheid – actief gaat opzoeken. Het staat expliciet in de vacatures bij aanwervingen. Het komt ook aan bod bij lerende netwerken en in individuele coaching. Ikrame merkt dat het ook voor haarzelf belangrijk is om reflectiemomenten in te bouwen om het grotere doel van de organisatie te blijven zien. Ze benadrukt dat er tussen alle flexibiliteit ook stabiliteit nodig is om je job te kunnen volhouden. Reflectiemomenten en afstand nemen zijn daar voorbeelden van, maar het gaat ook over meer praktische zaken als: wanneer heb ik vrij, wat kan ik verwachten van mijn beleid, hoe ziet mijn convenant eruit, … “Flexibiliteit om in te spelen op de dingen die kinderen en jongeren meemaken is absoluut nodig. Anderzijds zorgt een gezonde dosis voorspelbaarheid voor een duurzaam evenwicht. Je hebt beide nodig.” 

Stefaan erkent het belang van bewust stil te staan bij de democratische gedragenheid van de processen die hij opzet, maar hij herkent evengoed die nood aan een duidelijk doel. Hij omschrijft zijn handelen als resultaatgericht. “Je kunt geen projecten levend houden als er geen focus is op het resultaat, maar tegelijkertijd is het even essentieel om met zo veel mogelijk groepen daaraan te werken. De instapdrempel moet laag zijn, maar we willen eindigen met een kwalitatief product waarop we trots kunnen zijn.” In sociaal-culturele processen ondersteunen proces en product elkaar.  

Sociaal-cultureel ondernemerschap

“Door ervaringen uit te spelen, toon je wie je bent en wat je in je mars hebt. De vonken moeten overslaan, mensen moeten goesting krijgen om samen met jou te vergaderen, te werken, dromen te ontwikkelen.”

Om de uitdagingen van een democratisch proces en een kwalitatief product in evenwicht te brengen is sociaal-cultureel ondernemerschap noodzakelijk. Voor Stefaan vertrekt dat ondernemerschap vanuit eerlijke emotie en authentieke passie. Het vraagt heel wat enthousiasmerende en motiverende kracht om mensen mee te krijgen. Daarom moeten sociaal-cultureel werkers ook aanwezig zijn, met heel hun geest en mens-zijn. Voor Stefaan is emotie niet tegengesteld, maar juist inherent aan professionaliteit. Sociaal-cultureel werkers moeten hun kennis, ervaring en successen durven uitspreken. “Door ervaringen uit te spelen, toon je wie je bent en wat je in je mars hebt. De vonken moeten overslaan, mensen moeten goesting krijgen om samen met jou te vergaderen, te werken, dromen te ontwikkelen.” 

“Ik wil werken in een organisatie met een doelstelling waar ik geluk uit haal. Een organisatie die een focus heeft waarin ik geloof, maar die ook ten volle in mij gelooft.”

Sociaal-cultureel ondernemerschap uit zich in engagement en durf. Als werkstudente combineerde Ikrame haar verschillende studies – politieke wetenschappen, diversiteitsmanagement en nu nog publiek management – met een job als marketing communication manager in de private sector. Hoewel ze daar carrière had kunnen maken, koos ze bewust én gedurfd voor haar inhoudelijke en sociale drive. Ze kon intussen wel een pak ervaring meenemen: de hindernissen in het onderwijssysteem voor wie niet aan het beeld van de standaardstudent voldoet, het belang om in mensen te geloven en voorbij hun vooropleiding te kijken, het samenwerken in een team aan een gedeeld doel. Haar opstap naar de sociaal-culturele sector was niet altijd evident omdat mensen met een migratieachtergrond vaak pioniersposities innemen. “Het is best wel moeilijk om vertrouwen te krijgen want ze kennen je profiel niet, je moet jezelf veel meer verkopen.” Voorbij standaardprofielen kijken en je kwaliteiten durven benoemen zijn evengoed uitingen van sociaal-cultureel ondernemerschap. Eens het vertrouwen er is kan een (aanvankelijk) erg witte organisatie toch dat gevoel van thuiskomen geven, precies omdat een gemeenschappelijke doelstelling verbindt. Ikrame kan dat getuigen. “Ik wil werken in een organisatie met een doelstelling waar ik geluk uit haal. Een organisatie die een focus heeft waarin ik geloof, maar die ook ten volle in mij gelooft.” 

Download het interview met Stefaan Segaert en Ikrame Kastit (pdf).


Silke Jaminé

Silke Jaminé

Scroll naar top