mei
19
2016

Lobbyen bij de EU

Internationaal, Organisatiebeleid, Zakelijk beleid

Blog

Lobbyen is geen onkies werkwoord. Beleidsverantwoordelijken op Europees en Vlaams niveau willen een gefundeerde mening ontwikkelen over een veelheid aan maatschappelijke thema’s en willen graag vooraf de maatschappelijke draagkracht van hun voorstellen uittesten. Daarom zijn informatie en meningen vanuit alle segmenten van de samenleving belangrijk. Politici vragen om input en het sociaal-cultureel volwassenenwerk kan zijn rol als middenveldspeler ten volle spelen door de besluitvorming op verschillende niveaus te informeren en te beïnvloeden.

Een goed onderbouwde mening hebben, betekent nog niet dat je die op de juiste plaats, op het geschikte moment of op de meest overtuigende manier kan overbrengen. Omdat veel regelgeving op Europees niveau tot stand komt, krijg je eerst een inkijk in de Europese instellingen die je kan benaderen.

Europa: groot en complex?

Europa is de motor van veel wetgeving en één van de belangrijkste plaatsen van de politieke besluitvorming. Het is de kunst om te weten hoe we met beperkte middelen en mensen zo efficiënt mogelijk de verschillende Europese instellingen kunnen aanspreken en in welke fase van de besluitvorming we dit het best doen.

De Europese Commissie

De Europese Commissie neemt het initiatief voor de meeste regelgeving. Dit betekent dat men hier nog inhoudelijk kan tussenkomen op het moment dat de ideeën vorm krijgen – wanneer het blad bij manier van spreken nog (bijna) leeg is. De meest ‘toegankelijke’ actoren op dit niveau zijn de 28 Europese Commissarissen en de ondersteunende Directoraten-Generaal. Commissarissen verdedigen de belangen van de Europese Unie en niet die van hun eigen land. Je spreekt hen dan ook best aan vanuit die invalshoek. Hint: Europese Commissarissen vinden doorgaans gemakkelijker een gaatje in hun agenda voor Europese koepels dan voor individuele organisaties. Dat heeft alles te maken met de draagkracht en het belang van een koepelorganisatie. Elke Commissaris beschikt over een Directoraat-Generaal dat het voorbereidende werk doet voor een bepaald wetsvoorstel.

Voor een wetsvoorstel zijn definitieve vorm krijgt, zijn er geregeld online consultatierondes of openbare raadplegingen. De resultaten ervan worden gepubliceerd en opgenomen in het voorstel. Het is belangrijk om dergelijke raadplegingen zo ruim mogelijk door de achterban te laten beantwoorden.

Omdat de Commissie zelf niet altijd de expertise in huis heeft, vraagt ze via expertengroepen om advies van buitenaf. Zowel experten uit nationale overheden, het bedrijfsleven, als belangenorganisaties kunnen deel uitmaken van deze groepen. Elk Directoraat-Generaal kan informele expertengroepen samenroepen. Om deel uit te maken van zo’n groep, moet je de ‘open calls’ in de gaten houden. En om het vuur toch enigszins te temperen: het advies van de expertengroepen kan een sterke input zijn voor een nieuw wetsvoorstel maar is niet bindend.

Het Europees Parlement

Het Europees parlement is de wetgevende macht van de Unie en behandelt de wetsvoorstellen die het krijgt van de Europese Commissie. Het Europees parlement telt 750 rechtstreeks verkozen leden die de belangen van Europa verdedigen en dit volgens hun politieke fractie. Je spreekt hen bij voorkeur aan op basis van de politieke en ideologische lijn van hun Europese fractie. Veel van het voorbereidende werk gebeurt in de parlementaire commissies. Deze commissies komen een of twee maal per maand samen in Brussel. De debatten zijn publiek toegankelijk en de documenten zijn openbaar.

In het besluitvormingsproces is de rol van de rapporteur en de bijhorende schaduwrapporteurs niet onbelangrijk. Een rapporteur en de schaduwrapporteurs zijn politici en kijken niet volledig neutraal naar een voorstel. Rapporteurs worden aangesteld en zijn vanaf hun benoeming een gegeerd aanspreekpunt voor lobbyisten.

De Raad van Ministers

De nationale ministers en staatssecretarissen van de lidstaten komen afhankelijk van het thema bijeen en zijn georganiseerd in tien raadsformaties. De ministers laten zich ondersteunen door 150 comités. De belangrijkste aanspreekpunten op het niveau van de Raad van Ministers zijn de attachés van de Permanente Vertegenwoordiging van een lidstaat bij de Europese Unie. In België zorgt een nationale Permanente Vertegenwoordiging voor het Belgisch standpunt. Voor de Vlaamse bevoegdheden is de Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering bij de Europese Unie (AAVREU) een belangrijk contactpunt. Sinds mei van dit jaar is er een regelmatig informatief overleg gepland tussen de AAVREU en de bovenbouworganisaties van het sociaal-cultureel werk en het jeugdwerk in Vlaanderen.

Het is dus belangrijk om tijdig te beschikken over de juiste relevante informatie en enig doorzettingsvermogen is vereist om de diverse Europese instanties te ‘blijven bewerken’ en dit te doen volgens een bepaalde strategie en chronologie. Ook is enig realisme aangewezen. Hoe goed je mening ook geformuleerd en onderbouwd is, hoe uitgekiend je beïnvloedingsstrategie is, jullie organisatie is niet de enige die zijn weg probeert te vinden naar de Europese beleidsmakers. Ook hier is gewoon doorzetten het enige relevante advies.

The art of lobying

Daarmee is nog maar weinig gezegd over de manier waarop je best je argumenten voor een bepaald beleidsniveau ontwikkelt en formuleert. Uit het Europese voorbeeld is duidelijk gebleken dat je als organisatie best een lobbycampagne vooraf uittekent en een aantal prioriteiten naar voor schuift. Ook de eigen communicatiestrategie en de rol van de pers is belangrijk en het gebruik van de sociale media is onvermijdelijk.

Meer weten?

Wil je meer weten over lobbywerk bij de Europese Unie? Contacteer dan Socius-medewerker Ronny Leenknegt. Wie alvast wil verder lezen, kan een kijkje nemen op onderstaande websites:


Ronny Leenknegt

Ronny Leenknegt

Scroll naar top