Tewerkstelling

In 2022 werkte 70,5% van de bevolking van 15 tot 64 jaarin het Vlaamse Gewest. Dat is aanmerkelijk meer dan in 1999 (62,6%) en het hoogste aandeel werkenden dat tot nog toe werd genoteerd. Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest neemt de activiteitsgraad sinds 2020 terug toe, ook al ligt die met 67,7% lager dan in het Vlaamse Gewest.

Bron: Steunpunt Werk

Ook voor de werkzaamheidsgraad, het aandeel werkenden in de bevolking op arbeidsleeftijd (20-60 jaar) tekenen we een gelijkaardig verschil op voor het Vlaams (76,7%) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (65,2%).

Bron: Steunpunt Werk

De werkloosheidsgraad, het procent van de beroepsactieve bevolking (de bevolking die zich aanbiedt op de arbeidsmarkt) dat geen werk heeft, is in vergelijking met het Vlaamse Gewest (3,2%) hoger in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (11,5%).

Bron: Steunpunt Werk

In 2022 waren er in het Vlaamse Gewest gemiddeld per maand 215.823 werknemers met een uitkering voor volledige of tijdelijke werkloosheid. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ging het om 74.996 personen. Daarmee woonde 46% van het totaal aantal personen met een werkloosheidsuitkering voor volledige of tijdelijke werkloosheid in België in het Vlaamse Gewest en 16% in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

In 2022 ontving in het Vlaamse Gewest gemiddeld 2,7% van de bevolking van 18 tot 64 jaar een uitkering als werkzoekende UVW (uitkeringsgerechtigde volledig werklozen). Dat aandeel lag het hoogst in de kustgemeenten, in Antwerpen en de rand rond Antwerpen, in de provincies Antwerpen en Limburg en in de centrumsteden.

De grootste groep inactieven in het Vlaamse Gewest is arbeidsongeschikt omwille van langdurige gezondheidsproblemen. Deze groep telt ongeveer 450.000 personen, namelijk 246.000 vrouwen en 204.000 mannen. Het relatief aantal arbeidsongeschikten ligt hoger in elk van de vijf provincies uit het Vlaamse Gewest dan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Op de tweede plaats van het aantal inactieven volgen de studenten met 378.000 inactieve personen. Het gaat om 200.000 vrouwen en 178.000 mannen. Ongeveer 314.000 inactieven van 20 tot en met 64 jaar geven aan (vervroegd of brug-) gepensioneerd te zijn (zonder daarnaast nog een betaalde job te hebben). Hier zijn mannen (167.000) meer vertegenwoordigd dan vrouwen (147.000).

279.000 inactieven zien zichzelf als huisvrouw/huisman. De grote meerderheid binnen deze categorie is vrouw (260.000). Daarna is er nog een restcategorie met een kleine 200.000 inactieven. Het gaat hier om personen die zichzelf niet in één van de bovenstaande categorieën konden terugvinden, maar bijvoorbeeld aangaven rentenier te zijn of vrijwilligerswerk te doen of zichzelf werkloos beschouwen maar niet aan de officiële criteria voldoen om bij de werklozen geteld te worden.

Bron: Statbel

Scroll to Top