Vlaanderen vergrijst, Brussel is jong

De samenstelling van de bevolking naar leeftijd verschilt sterk tussen het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Bron: Statbel

De bevolkingspiramide van het Vlaams Gewest vertoont voor 2022 het karakteristiek profiel van een verouderde bevolking: een zware top en een smalle basis. De groep van 55- tot 59-jarigen is de grootste leeftijdsgroep. Het zijn mannen en vrouwen geboren tussen 1962 en 1966, topjaren van de babyboom. Het aandeel 65-plussers binnen de bevolking in het Vlaamse Gewest ligt dicht bij het gemiddelde voor de Europese Unie (EU27). De leeftijdsgroep van 85-plussers staat voor 3,2% van de totale bevolking.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zien we een heel ander beeld, de bevolking is er gemiddeld veel jonger. Er verblijven relatief meer mensen tussen 25 en 50 jaar. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt vandaag de dag het meest personen rond de 30 jaar.

De vergrijzing in Vlaanderen is al enige tijd aan de gang. Sinds 2000 neemt het aandeel van de bevolking van 65 jaar of ouder toe: van 17% in 2000 over 18% in 2010 naar 21% in 2022. Het aandeel jonger dan 18 jaar daalde van 21% in 2000 naar 19% in 2022.

In het algemeen kleurde de bevolking wat grijzer in de provincie West-Vlaanderen, in de Vlaamse Ardennen, in zuidelijk Vlaams-Brabant, in delen van Limburg en in gemeenten aan de oostzijde van de stad Antwerpen. In 7 van de 10 kustgemeenten maakten 65-plussers meer dan 33% van de bevolking uit. In de centrumsteden Antwerpen, Gent en Leuven was het aandeel ouderen relatief beperkt in 2022.

Tussen 2020 en 2030 verwachten we een stijging van de bevolking van 67 jaar en ouder. In de periode tussen 2010-2020 kende die leeftijdsgroep een groei van 20%. Tussen 2020 en 2030 wordt er groei met 22% verwacht. Daardoor zal het Vlaamse Gewest in 2030 naar schatting bijna 1,47 miljoen inwoners tellen van 67 jaar en ouder.

Zo’n vergrijzing is typerend voor de demografische transitie waarin we verkeren*. Door verdringing van vroegtijdige sterfte tellen we steeds meer ouderen. Terwijl de maximale levensduur van de mens als soort gelijk blijft, stijgt de levensverwachting (we worden gemiddeld ouder). Vroeger waren er ook mensen van 90 jaar en ouder. Nu zijn er veel meer. Net als de wereldwijde demografische transitie gaat ook de vergrijzing samen met de stijgende welvaart. Voor de Eerste Wereldoorlog was nog ongeveer 6% van de bevolking ouder dan 65 jaar, in de geïndustrialiseerde wereld vandaag is dat 18% en meer. Het ziet er zelfs naar uit dat tegen het midden van de 21ste eeuw in Europa ongeveer tussen de 24% en 30% 65-plussers zullen zijn. In 1950 was de gemiddelde levensverwachting wereldwijd ongeveer 48 jaar. In 2019 is die geklommen tot boven de 72 jaar. Daarbij speelt een sterke daling van de kindersterfte een belangrijke rol. Kindersterfte trekt de gemiddelde levensverwachting fors naar beneden. Naarmate we kindersterfte uitbannen, benadert de levensverwachting steeds meer de “normale” levensduur van de mens als biologische soort.

Net als de stijging van het bevolkingsaantal is ook de vergrijzing van de bevolking een eindig proces. Een daling van de kindersterfte heeft in België niet langer een invloed op levensverwachting. Het Federaal Planbureau voorziet dat het tempo van een verdere stijging van de levensverwachting geleidelijk afneemt. Tegen 2070 zou volgends die projectie de levensverwachting van vrouwen de grens van 90 jaar bereiken en voor mannen op 88 jaar uitkomen. De levensverwachting zal ophouden met stijgen, terwijl de maximale levensduur van de mens als soort min of meer constant blijft.

De demografische transitie leidt tot een nieuw demografisch regime: van een piramide gekenmerkt door hoge kindersterfte en lage levensverwachting over een kerstboomvorm (minder geboortes, toenemende levensverwachting) naar een rechthoekige vorm met weinig uitval door vroegtijdig sterven en een kleine piramidale top vanaf de leeftijd van ongeveer 80 jaar.

*Deboosere, P. (2023), Een demografische kijk op de veroudering van de bevolking. In: Vranken, J., De Decker, P., Verté, D. & Crivit, R.: Ongehoord en ongezien. Hoe Vlaanderen vergrijst. Antwerpen: Gompel&Svacina. pp 29-45.

Scroll to Top