Sociale en politieke participatie van burgers

De burger bestaat niet. Onder meer verschillen in leeftijd, herkomst, woonplaats, opleiding, gezinssamenstelling, gender, gezondheid en andere bepalen niet alleen hun sociaaleconomische positie, ook hun sociale contacten en maatschappelijk en politieke engagementen. 

De wettelijke beperkingen op het aantal sociale contacten in het kader van de strijd tegen de COVID-19-pandemie in 2021 en de vele reacties daarop toonden het grote belang van sociale contacten. Na die maatregelen, in het voorjaar van 2022, had ongeveer de helft van de inwoners van het Vlaamse Gewest van 18 jaar en ouder minstens wekelijks contact met buren (53%) en niet-inwonende familie (47%). 38% had minstens wekelijks contact met vrienden of kennissen. 20% van de bevolking had in diezelfde periode minder dan maandelijks contact had met buren, 21% met niet-inwonende familie en 24% minder dan maandelijks contact had met vrienden of kennissen.

Naast verschillen in contacten naar geslacht, leeftijd, gezinssamenstelling en scholingsgraad beïnvloedt ook de woonplaats het aantal contacten. Personen die in de gemeenten van het platteland, het overgangsgebied en de kleinere steden wonen, hebben vaker contact met familie dan de personen uit andere gemeenten. Bij de contacten met vrienden of kennissen en buren zijn de verschillen naar woonplaats minder uitgesproken.

Die cijfers kunnen we niet vergelijken met de periode voor de COVID-19 pandemie. Wel weten we dat 7% van de personen van 15 jaar en ouder in het Vlaamse Gewest in 2018 niet tevreden was over zijn/haar sociale contacten met verwanten, kinderen, vrienden en kennissen. 12% had minder dan één keer per week contacten met verwanten, kinderen, vrienden en kennissen. Een minderheid van de bevolking beschikt niet over een degelijk uitgebouwd sociaal netwerk.

De relatieve grootte van de groep met een onvoldoende uitgebouwd sociaal netwerk verschilt niet noemenswaardige tussen het Vlaamse en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

27% van de inwoners uit het Vlaamse Gewest gaf eind 2021 aan ook politiek te participeren. Zij hebben, naar eigen zeggen, voorafgaand aan de bevraging minstens één politieke activiteit uit een lijst van 10 mogelijke activiteit ondernomen. Meestal was dat het tekenen van een petitie of het verzamelen van informatie over plannen of beslissingen van de overheid.

Politieke participatie ligt merkbaar lager bij ouderen en laaggeschoolden.

Tussen sociale contacten en politieke participatie door, nemen of hebben burgers ook deel aan culturele activiteiten of nemen ze maatschappelijke engagementen op. Daarover rapporteren we bij de bespreking van ‘Vrijwillige inzet en verenigen’ en van ‘Vrije tijd’.

Als consument verhouden burgers zich ook tot de markt. Op die manier kunnen zij als burger verantwoordelijkheid opnemen. Maar consumenten voelen de toenemende inflatie. Voor 65% van de consumenten zijn stijgende prijzen voor levensmiddelen de grootste zorg tijdens het winkelen. Niettemin blijkt uit marktonderzoek dat meer en meer consumenten de voorkeur geven aan lokale en biologische producten en producten die met aandacht voor het dierenwelzijn geproduceerd worden. Ook tweedehands producten zijn in trek. Daartegenover staat dat meer en meer consumenten hun aankopen online doen en thuis laten leveren, met alle gevolgen voor de impact daarvan op het milieu. Het aantal mensen dat fysieke winkels in stadscentra bezoekt, is in 8 jaar tijd met 38,7% gedaald, en in winkelcentra met 29,4%.

Scroll to Top