Stijgende uitgaven voor gezondheidszorg

Alle sociale overheidsuitgaven (naast uitgaven voor de gezondheidszorg, ook de uitgaven voor pensioenen, kinderbijslag en arbeidsongeschiktheid) zouden op lange termijn (2070) bijna 30% uitmaken van het bbp in België.

Volgens berekeningen van de OESO besteedde België 10,7% van het bbp aan gezondheidszorg, dat is een groter aandeel dan het EU-gemiddelde (9,9%). In 2019 bedroegen de uitgaven voor gezondheidszorg 3.773 euro per hoofd van de bevolking, wat iets hoger is dan het EU-gemiddelde (3.523 euro).

Van alle uitgaven voor gezondheidszorg werd in 2019 77% gefinancierd met overheidsmiddelen en de verplichte ziektekostenverzekering. Dat is vergelijkbaar met het EU-gemiddelde (80%). De rechtstreekse eigen bijdragen waren goed voor 18% van de totale uitgaven voor gezondheidszorg, terwijl de vrijwillige ziekteverzekering voor de resterende 5% zorgde.

De meeste uitgaven voor gezondheidszorg in België gingen naar intramurale zorg, in 2019 goed voor meer dan 36% van alle uitgaven voor gezondheidszorg. Dat is hoger dan het EU-gemiddelde van 29%). Bijna een kwart van de uitgaven voor gezondheidszorg werd uitgegeven aan extramurale zorg. De uitgaven voor langdurige zorg lagen aanzienlijk hoger dan in de EU en omvatten meer dan een vijfde van alle uitgaven voor gezondheidszorg. 1/8 van de uitgaven voor gezondheidszorg ging naar geneesmiddelen en medische hulpmiddelen die buiten ziekenhuizen worden gebruikt. Uitgaven voor preventie bedroegen slechts 1,6% van alle uitgaven voor gezondheidszorg, een lager aandeel dan het EU-gemiddelde van 2,9%.

Met de toenemende overheidskosten voor gezondheidszorg neem ook de ongerustheid over die uitgavengroei toe. Dat leidde al vanaf 2012 tot sterke besparingsmaatregelen en een toenemende privatisering van de zorgsector.

Scroll to Top