Het derde Open Salon van de Academie van Verzet heeft ‘AI en civiele ruimte’ als centraal thema. Eind 2026 openen we het salon. Binnenkort vind je hier alle info.
Wil je snel op de hoogte gebracht worden van dit salon? Abonneer je op onze nieuwsbrieven en kies voor het thema ‘Civiele ruimte’.
Sociaal-cultureel werk tussen sociale media, big tech en AI
Sociale media en AI grijpen steeds sterker in op de civiele ruimte. Ze bieden kansen om informatie te delen, mensen te verbinden en te mobiliseren. AI kan organisaties helpen om informatie te verwerken, communicatie toegankelijker te maken en efficiënter te werken. Tegelijk veranderen deze technologieën de voorwaarden waaronder middenveldorganisaties hun maatschappelijke rol spelen.
Wie bepaalt de spelregels?
Sociale media en AI zijn geen neutrale instrumenten. We kunnen ze ook bekijken als ideologische infrastructuren: technologieën waarin bepaalde waarden, keuzes en verdienmodellen vervat zitten en die op hun beurt onze samenleving mee vormgeven. Algoritmes bepalen mee wat zichtbaar wordt, wat aandacht krijgt en welke informatie mensen te zien krijgen. Veel van die infrastructuur is in handen van een beperkt aantal grote technologiebedrijven.
Dat creëert een platformafhankelijkheid voor middenveldorganisaties. Zij gebruiken sociale media om hun maatschappelijke missie te realiseren, maar hebben nauwelijks vat op de spelregels. Dat zien we bijvoorbeeld bij shadowbanning of andere vormen van algoritmische moderatie, waardoor bepaalde accounts of inhoud minder zichtbaar kunnen worden zonder dat altijd duidelijk is waarom. Wanneer maatschappelijke of kritische stemmen daardoor minder bereik krijgen, rijst de vraag wie daadwerkelijk kan deelnemen aan het publieke debat.
Ook expliciete platformregels hebben gevolgen. Sinds oktober 2025 laat Meta in de Europese Unie geen betaalde advertenties meer toe over politieke, electorale en maatschappelijke thema’s. Daardoor kunnen ook middenveldorganisaties die communiceren over bijvoorbeeld klimaat, armoede, discriminatie of mensenrechten niet langer via betaalde advertenties gericht een publiek bereiken. Dat roept een democratische vraag op: wat betekent het wanneer commerciële platformen mee bepalen onder welke voorwaarden maatschappelijke informatie burgers bereikt?
Daarnaast beïnvloedt online vijandigheid de civiele ruimte. Trolling, haatreacties, bedreigingen en georganiseerde aanvallen kunnen een chilling effect veroorzaken: organisaties of medewerkers worden voorzichtiger of passen zelfcensuur toe uit vrees voor negatieve gevolgen. De vrijheid om te spreken blijft bestaan, maar de ruimte om die vrijheid daadwerkelijk te gebruiken kan zo kleiner worden.
AI verschuift de grenzen verder
AI versterkt veel van die vragen. Internationaal zien we hoe AI kan worden ingezet voor surveillance van burgers en activisten, geautomatiseerde contentmoderatie en de productie van desinformatie gericht tegen organisaties of maatschappelijke groepen. Tegelijk beschikken middenveldorganisaties over veel minder middelen en invloed dan de technologiebedrijven en overheden die zulke systemen ontwikkelen en inzetten.
Voor het sociaal-cultureel werk ligt daar ook een maatschappelijke opdracht. Het kan mensen ondersteunen om kritisch met AI om te gaan en vragen bespreekbaar maken over privacy, betrouwbaarheid, duurzaamheid, discriminatie, ethiek en waarden. Ook binnen het sociaal-cultureel werk zelf groeit het besef dat digitale transformatie niet alleen draait om het gebruik van nieuwe instrumenten. Het vraagt ook om een beter begrip van de maatschappelijke gevolgen ervan en om mogelijke bijsturingen.
Een vraagstuk van macht en democratie
We staan dus voor meer dan een technologisch of communicatievraagstuk. Het gaat over macht, autonomie en democratie. Hoe beïnvloeden sociale media en AI wie gehoord wordt en wie niet? Wat betekent de groeiende afhankelijkheid van big tech voor het middenveld? Wie bepaalt de spelregels van de digitale publieke ruimte? En welke mogelijkheden hebben middenveldorganisaties om die spelregels mee vorm te geven of alternatieven te ontwikkelen?
Kortom: hoe behouden burgers en middenveldorganisaties voldoende civiele ruimte om zich te verenigen, zich uit te spreken en mee de samenleving te maken wanneer sociale media, big tech en AI steeds sterker de voorwaarden daarvoor bepalen?


