
Binnen het sociaal-cultureel werk zijn heel wat doelgroep- en themaverenigingen actief. Verenigingswerk is een van de meest typerende formats in de sector. Die verenigingen worden voortdurend uitgedaagd om zich te verhouden tot een veranderende omgeving, veranderende vormen van vrijwillige inzet, verschuivende participatiepatronen bij burgers …
Dat verenigingen die uitdagingen voelen merken we aan uitspraken zoals “het klassieke verenigingsmodel werkt niet meer”. Een uitspraak die gestaafd wordt met voorbeelden van dalende ledenaantallen, de ontgroening van verenigingen, het niet of moeilijk vinden van aansluiting bij de superdiverse samenleving, verlies van aansluiting tussen lokale groepen en de koepel …
Dat vraagt van organisaties om kritisch naar hun aanpak en werking te kijken en waar nodig in te zetten op veranderingsprocessen. Vaak gebeurt dat intern, maar verenigingen zijn ook extern op zoek naar inspiratie. Ook in andere belendende velden zijn gelijkaardige zoektochten en processen bezig.
En ondanks het gevoel dat het klassieke verenigingsmodel niet meer werkt, blijven mensen zich in verschillende contexten op allerlei manieren verenigen. Verenigen is dus zeker niet achterhaald. Deze processen en contexten kunnen ongetwijfeld ook voor het sociaal-cultureel werk heel wat inspiratie bieden.
Daarom zetten we als steunpunt in op een meerjarig onderzoeks- en ontwikkeltraject. Een onderzoekstraject want we willen verkennen en op betekenis brengen én een ontwikkelingstraject want we willen ontwerpen: wat halen we hieruit qua mogelijke strategieën, aanpakken, tools en inspiratie? We vertrekken vanuit praktijken binnen en buiten de sector en kijken welke processen er spelen. We gaan op zoek naar praktijken waar het werkt en kijken wat we daarvan kunnen leren. Zo willen we inspiratie bieden en organisaties toerusten bij de uitdagingen waar ze voor staan op vlak van verenigen.



