Met amper 0,72 procent van de Vlaamse begroting aan subsidies realiseert de cultuursector (amateurkunsten, cultureel erfgoed, kunsten, sociaal-cultureel werk,…) grote maatschappelijke impact. Daarmee draagt de sector wezenlijk bij aan de realisatie van artikel 23 van de Grondwet, dat het recht van iedere burger op culturele ontplooiing verankert.
De maatschappelijke meerwaarde van cultuur is tot ver buiten de schouwburg tastbaar: sociale cohesie, artistieke kwaliteit, mentaal welzijn, internationale excellentie, burgerschap, levenslang leren, verbeeldingskracht, zorg voor de toekomst van ons erfgoed… Zowel wetenschappers als burgers erkennen en waarderen de impact van de cultuursecto
De OESO kent zowel directe als indirecte economische en maatschappelijke baten toe aan de creatieve en culturele sectoren (OESO-rapport 2023). De onderzoekers van het Vlaamse Kenniscentrum Cultuuronderzoek brengen fijnmazige en concrete evidentie samen voor zowel de sociale, economische, gezondheids- als cognitieve effecten van cultuur.
Twee op de drie Vlamingen vindt dat kunst bijdraagt aan maatschappelijke verbinding, 46% vindt het cruciaal voor een gezonde samenleving. Ook wie niet of weinig participeert, vindt cultuur toch maatschappelijk belangrijk (Onderzoek Blik in haar ogen).
Ons land telt 2 miljoen actieve amateurkunstenaars en dat blijft stijgen. Activiteiten van SociaalCulturele organisaties tellen jaarlijks 10 miljoen unieke bezoekers. Onze musea ontvangen jaarlijks 5,2 miljoen bezoekers. 81% van de Vlamingen bezoekt jaarlijks een monument of een erfgoedsite en 89% een concert of voorstelling.
Tegen deze achtergrond nam de sector kennis van de in de pers aangekondigde mogelijke besparing van 10 procent op de cultuursubsidies. Het zou de zoveelste besparing zijn in een lange rij. In 2004 bedroeg het cultuurbudget 1,99% van de totale Vlaamse begroting. Het daalde gestaag tot 0,72%. In de verschillende besparingsrondes is cultuur proportioneel één van de beleidsdomeinen die het meest heeft ingeleverd.
Ook vorig jaar stond de Vlaamse Regering voor een grote besparingsoefening. De cultuursector droeg uiteindelijk 13,5% – of 23 miljoen euro – van het totaal te besparen bedrag bij. Een buitenproportioneel bedrag. Jarenlang niet of onvolledig indexeren van subsidies gecombineerd met inflatie zorgde er bovendien al voor dat de financiële veerkracht van de cultuursector verschrompelt.
Een bijkomende besparing van 10% betekent nog minder mensen aan het werk, minder aanbod en minder bereik. Besparen raakt niet alleen cultuurorganisaties die het cultuurbeleid uitvoeren. Want achter al die cijfers zitten mensen. Veel mensen. Een bijkomende besparing van 10% betekent nog minder kunstenaars en medewerkers aan het werk, minder ondersteuning voor collecties, vrijwilligers en verenigingen, minder aanbod en bereik voor deelnemers en bezoekers.
Cultuur is geen kostenpost die zich beperkt tot de middelen die de overheid erin investeert. De cultuursector genereert economische activiteit, werkgelegenheid, internationale roem en inkomsten en vooral ook maatschappelijke waarde. Die effecten zijn niet allemaal even gemakkelijk in euro’s uit te drukken. Wie enkel naar de overheidsuitgaven kijkt, ziet dan ook maar een deel van het verhaal.
Tegenover de publieke investering in cultuur, staat een duidelijke verantwoordelijkheid van de sector. De cultuursector legt systematisch verantwoording af over de middelen die we ontvangen. We werken binnen de afgesproken kwaliteitskaders en engageren ons voor de doelstellingen die in de decreten zijn vastgelegd.
De Vlaamse Regering neemt haar beleids- en subsidiebeslissingen binnen de kaders die zij in de vorige en de huidige legislatuur heeft vastgelegd voor cultureel erfgoed, kunsten, amateurkunsten en sociaal-cultureel werk. Binnen die kaders geven organisaties hun werking vorm. Die continuïteit biedt de sector rechtszekerheid en stabiliteit die nodig is om organisaties op een duurzame manier te laten werken. Ze vormt ook de basis van de afspraken die tussen de overheid en de sectoren zijn gemaakt.
Zich houden aan deze kaders en afspraken, is een kwestie van goed bestuur.
Namens het sociaal-cultureel werk, de amateurkunsten, de kunsten- en de cultureelerfgoedsector,
De Federatie, belangenbehartiger voor amateurkunsten en sociaal-cultureel werk.
oKo, overlegkunstenorganisaties, belangenbehartiger voor de kunstensector.
OCE, belangenbehartiger voor de cultureel- erfgoedsector.


