
“Ook computers, het internet en smartphones hebben ooit voor onrust gezorgd. AI is opnieuw zo’n technologische revolutie. Ze zal veel veranderen, maar misschien niet op de manier waarop we dat vandaag denken”, vertelt Vincent Libin, educatief medewerker bij LINC vzw.

De organisatie zet zich in voor geletterdheid: (voor)leesvaardigheid, maar ook digitale inclusie. Kunnen lezen en schrijven is al langer een voorwaarde om te kunnen deelnemen aan de maatschappij, maar digitale vaardigheden worden altijd belangrijker in de samenleving. Daarom ondersteunt LINC burgers en organisaties om sterker te staan in een samenleving die steeds digitaler wordt. LINC geeft opleidingen, helpt mensen met digitale vragen en trekt aan de alarmbel wanneer technologie nieuwe drempels dreigt te creëren. Vanuit die missie kijkt Vincent ook naar artificiële intelligentie. “AI is geen losstaand verhaal, maar een onderdeel van de digitale samenleving. Het biedt kansen en helpt mensen vooruit, maar creëert evengoed nieuwe ongelijkheden.”
Taken met grenzen
Bij LINC is AI intussen een extra collega die meedenkt. “We gebruiken ChatGPT om rapporten samen te vatten, teksten na te lezen of te brainstormen. We vergelijken bijvoorbeeld de voorwaarden van een subsidielijn met onze input. Zo zien we sneller wat goed zit en wat nog ontbreekt. Of we vragen tien mogelijke titels voor een project. We nemen die niet per se letterlijk over, maar ze helpen ons wel om anders te denken. Ook vergaderingen verlopen efficiënter: transcripties worden automatisch samengevat, verslagen zijn sneller gemaakt.”
Bovendien helpt AI om vragen van burgers sneller op te lossen. “Iemand kan zijn foto’s niet meer versturen via mail? Dan vinden we via AI soms sneller een antwoord dan wanneer we zelf in allerlei handleidingen moeten zoeken. Of iemand heeft een vraag over phishing? Dan kan ik mijn parate kennis aanvullen met nieuwe inzichten of tips.”
Met dat soort toepassingen winnen de medewerkers van LINC dus tijd, maar ze trekken ook duidelijke grenzen. “Ik heb een hekel aan AI-taal. Je herkent meteen die typische stijl, denk maar aan het gebruik van em-dashes. We willen dat onze teksten authentiek blijven. Nakijken? Graag. In onze plaats schrijven? Nee.”
Enthousiasme versus angst
Wie vandaag iets over AI hoort, denkt vrijwel onmiddellijk aan generatieve AI zoals ChatGPT. Volgens Vincent vernauwt dat het debat. “We gebruiken artificiële intelligentie al veel langer dan we beseffen. Het zit ondertussen in veel toepassingen verwerkt. Als Spotify muziek aanbeveelt, wanneer Teams een vergadering samenvat of wanneer een webshop producten aanbeveelt. We kunnen er eigenlijk niet meer onderuit.”
Wanneer Vincent workshops over AI geeft, begint hij daarom niet meteen over het schrijven van sterke prompts, maar met de vraag: wat verstaan we eigenlijk onder artificiële intelligentie? “We leggen op een laagdrempelige manier uit wat AI is. Daarna laten we de deelnemers vertellen hoe zij ernaar kijken.”
Hun ervaringen kan je onderverdelen in twee groepen. “Aan de ene kant zitten de mensen die vooral kansen zien. Zij willen AI bij wijze van spreken voor alles gebruiken. Aan de andere kant staan mensen die er liever niet aan beginnen en vooral angst voelen.”
In beide houdingen schuilt een risico volgens Vincent. “Wie uit angst AI afwijst, dreigt kansen te missen. Maar wie kritiekloos systemen gebruikt, loopt evenzeer risico’s, bijvoorbeeld op het vlak van privacy.”
Daarom probeert Vincent mensen niet zozeer te overtuigen, maar vooral voldoende inzichten te geven zodat ze zelf een afgewogen keuze kunnen maken. “Zijn deelnemers heel positief, dan stellen we kritische vragen. Zijn ze negatief of wantrouwig, dan tonen we vooral de mogelijkheden. AI is op zichzelf niet goed of slecht. Het hangt ervan af hoe je de technologie gebruikt. Met de app Lees Simpel bijvoorbeeld kan je ingewikkelde brieven omzetten in begrijpelijke taal. In de medische wereld helpt AI dan weer om tot nieuwe inzichten te komen.”
De moeilijkste vragen zijn niet technisch
Een gesprek over AI gaat dus niet alleen over technologie, maar ook over duurzaamheid, privacy, ethiek, waarden … Welk platform gebruik je? Werk je met ChatGPT? Kies je voor een Europees alternatief? Hoe ga je om met persoonsgegevens? Welke informatie mag je als organisatie delen? Wanneer is het gebruik van AI onverantwoord? Op al die vragen bestaat volgens Vincent geen eenvoudig antwoord. “We zijn allemaal erg kritisch voor OpenAI, maar tegelijk staan bijna al onze documenten in de cloud bij Microsoft. Dat vind ik dubbel.”
Volgens hem wordt dat debat soms te eng gevoerd. “Ik vind dat we ook kritisch moeten kijken naar andere digitale platformen waarop veel persoonsgegevens staan. Naast mijn job bij LINC werk ik ook als leerkracht. Een platform als Smartschool bewaart heel veel data van kinderen en jongeren. Ook daar moeten we alert voor blijven. Als we alleen op ChatGPT focussen, kan dat zelfs een vals gevoel van veiligheid creëren.”
Intern wil LINC daarom bewuster naar haar digitale keuzes kijken. “We zitten ook met vraagtekens. En er leven verschillende visies in ons team en bestuur. Daarom zijn we in gesprek met onderzoekster Paola Verhaert. “De grote vraag is niet welk platform perfect is, maar welke keuzes bij onze waarden passen en werkbaar blijven voor de mensen met wie we werken.”
“AI is geen debat over ChatGPT. Wel over hoe iedereen kan blijven deelnemen aan een digitale samenleving.”
ChatGPT: ja of nee?
Ook LINC worstelt dus met de vraag of het ChatGPT intern en in workshops wil blijven gebruiken. “We kunnen ons niet vinden in waar het bestuur van OpenAI voor staat. Tegelijkertijd kunnen we niet met zekerheid zeggen of een ander platform 100% veilig is. In dit debat bestaat geen eenvoudig juist of fout antwoord.”
Voorlopig blijft ChatGPT in veel workshops de meest praktische keuze. “Het is het bekendste systeem, waardoor de meeste deelnemers het nu al gebruiken. Elk platform heeft zijn eigen sterktes, maar je kan als workshopgever niet alle systemen opvolgen, volledig in de vingers krijgen en daarover vormingen geven.”
Vincent vergelijkt het met streamingdiensten. Enkele jaren geleden leek Netflix het platform voor films en series, vandaag bestaan er verschillende diensten naast elkaar, elk met hun eigen aanbod. “ChatGPT is vandaag een fijn instapmodel, een allesvriend zeg maar, en daardoor ideaal voor een grote groep mensen.”
Overstappen naar een alternatief kan bovendien ook weerstand oproepen bij deelnemers. “Als we plots een totaal ander platform gebruiken, bestaat het risico dat mensen afhaken omdat ze opnieuw iets nieuws moeten leren.”
Voor Vincent moeten organisaties kritisch blijven voor AI-bedrijven, maar tegelijk erkennen dat ook andere digitale diensten niet ethisch zijn. “Zij zijn niet de enige bedrijven met bedenkelijke ethische visies. Wat met Spotify en Meta? Natuurlijk moet je erbij stilstaan, maar soms moet je een ethisch compromis sluiten.”
Niet alles automatiseren
AI kan sociaal-culturele organisaties efficiënter maken, maar dwingt ons volgens Vincent ook om na te denken over huidige processen. “Binnen enkele jaren zullen heel wat beleidsplannen wellicht grotendeels door AI gegenereerd worden. Wat is dan de meerwaarde van zulke lange teksten? Moeten we onze plannen en werking dan niet op andere manieren tonen? Is dat nog zinvol? Het belangrijkste is de inhoud, waarbij we zelf nadenken over de richting van onze organisatie. Dat mogen we nooit overlaten aan AI.”
Vincent ziet AI vooral als hulpmiddel, en niet als vervanger van mensen. “Menselijke controle moet altijd blijven bestaan. Ik zie bijvoorbeeld kansen in AI-ondersteunde CRM-systemen op maat van onze sector. Tegelijk raad ik organisaties aan om niet meteen grote ontwikkelingen uit te voeren. Veel organisaties surfen mee op de AI-hype en zetten dan bijvoorbeeld snel een chatbot op die niet goed werkt. Je moet AI op zo’n manier inzetten dat het iets toevoegt. Denk aan Bol.com dat aanbevelingen geeft op basis van je koopgedrag.”
Vincent verwijst ook naar een lezing van prof. Mieke De Ketelaere waarin ze waarschuwde dat organisaties zichzelf dreigen vast te rijden als ze elke repetitieve taak willen automatiseren. Efficiëntie mag geen doel op zich worden. “We hebben als mens soms nood aan taken waarbij je niet voortdurend moet nadenken. Als we alleen maar efficiënter willen worden, bestaat het risico dat we onszelf nog harder onder druk zetten en overbevraagd worden. Dat evenwicht moeten we zoeken.”
Daarom pleit Vincent er ook voor dat sociaal-culturele organisaties van elkaar leren. “Laat ons bijvoorbeeld een lerend netwerken opzetten. Sommige organisaties zullen voorlopers zijn, andere zullen terughoudender zijn, bijvoorbeeld door de ecologische voetafdruk. Maar als we AI helemaal uit de weg gaan, snijden we misschien ook in ons eigen vlees. Tegelijk ga ik niemand tegen zijn principes laten werken.”
Duidelijke keuzes maken
Volgens Vincent ligt een van de grootste risico’s niet zozeer in de technologie zelf, maar in het gebrek aan bewustzijn over wat organisaties met AI delen. “Wat doe je bijvoorbeeld met cv’s in een sollicitatieprocedure? Mag je die zomaar opladen in een AI-systeem? En kan een leerkracht ChatGPT gebruiken om rapportcommentaren over leerlingen te schrijven? Ik vind van niet. Want je deelt gegevens van andere mensen die daar niet voor gekozen hebben.”
Daarom moeten organisaties volgens hem vooraf afspraken maken over welke informatie ze wel en niet in AI-systemen opladen. “Als je ervoor kiest om je eigen gegevens te delen, zoals je bloedresultaat, is dat je eigen verantwoordelijkheid. Maar als organisatie moet je een aantal duidelijke regels hebben. Zeker als je met andermans data werkt.”
Betekent dat dan dat de sociaal-culturele sector nood heeft aan een ethisch kader? “Ik weet het niet. Volgens mij kan dat de eigenheid van organisaties inperken. Op sectorniveau lijkt het me moeilijk om alles vast te leggen en ik vermoed dat het ook weerstand zal oproepen. Richtlijnen daarentegen zijn wel zinvol. Ik ben een voorstander van zo weinig mogelijk regels en zoveel mogelijk gezond verstand. En gelukkig zit dat wel goed in onze sector.” (lacht)
“Technologie kan ontzettend veel betekenen, maar zonder menselijk contact wordt ze voor veel mensen juist een extra hindernis.”
De volgende digitale kloof
Waar Vincent zich zorgen maakt, is de ongelijkheid die door AI kan ontstaan. “AI wordt de volgende digitale kloof. Als je weet hoe je goede prompts schrijft, weet welke toepassingen er bestaan of toegang hebt tot de beste betalende systemen, dan bouw je steeds meer voorsprong op. Wie die vaardigheden mist, dreigt achterop te raken. Ik zie hetzelfde bij mijn leerlingen: sommigen werken er op een verstandige manier mee, anderen laten AI in hun plaats denken. Trouwens, ook ik heb moeite om bij te benen. Het is veel, ik volg de actualiteit en een aantal mensen op LinkedIn zoals Jeroen Baert en Ulrich Pétre. Mijn broer is professor computerwetenschappen op de AI-hub van de VUB. We delen info in ons team. Volledig mee zijn, dat gaat niet meer.”
Vandaag beschikt 4 op 10 van de bevolking nog niet over voldoende digitale basisvaardigheden. AI dreigt daarop een nieuwe laag te leggen. Dat maakt digitale inclusie volgens Vincent belangrijker dan ooit. “We moeten mensen niet alleen leren werken met digitale toepassingen. We moeten hen ook leren hoe ze verstandig met AI kunnen omgaan. Daarom pleiten we al jaren voor structurele investeringen in digitale inclusie.”
Maar dat betekent niet dat mensen AI moeten gebruiken. “In ons beleidsplan staat dat we mensen digitale vaardigheden willen aanleren, maar mensen moeten zelf beslissen of ze een bepaalde technologie willen gebruiken. Daarvoor moeten ze natuurlijk eerst weten waarvoor ze kiezen. Informeren is dus de eerste stap. Als je een gefundeerde keuze maakt en besluit dat je AI niet wil gebruiken, dan is dat prima. Maar als je uit angst beslist, dan wil ik eerst voorbij die angst kijken.”
Het grootste probleem ontstaat immers wanneer mensen afhaken uit angst of omdat niemand hen ooit de kans gaf om ermee kennis te maken. Daardoor vallen ze uit de boot en missen ze kansen. “Wie digitaal niet mee kan, raakt vandaag steeds sneller uitgesloten. Tickets kopen, overheidsdiensten gebruiken, formulieren invullen… steeds meer verloopt digitaal.”
Mensen maken het verschil
Voor LINC is digitale geletterdheid daarom steeds meer een voorwaarde om volwaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen. “Je krijgt bijvoorbeeld een boete als je geen treinticket hebt gekocht, terwijl je dat ticket op sommige plaatsen niet meer fysiek kan kopen. Dat is een verarming van onze samenleving.”
De digitale kloof lossen we niet op met AI. “Die lossen we net op door met mensen in gesprek te gaan. Technologie kan ontzettend veel betekenen, maar zonder menselijk contact wordt ze voor veel mensen juist een extra hindernis.” LINC kijkt dus niet naar AI als wondermiddel of bedreiging. “Het gaat wel om: ervoor zorgen dat iedereen kan blijven deelnemen aan de samenleving.”


