Manav verwelkomt nieuwkomers bij Babbel & Wandel van Pasar

Op de tafel van Manav liggen elf naamkaartjes. In verschillende kleuren inkt, met verschillende handschriften. Hij plakte ze zorgvuldig op en beschermt ze met een doek tegen koffievlekken en krassen. “Elk kaartje komt van een wandeling waar ik bij was. Ze zijn een deel van mijn huis geworden. Wanneer ik aan mijn tafel werk, herinneren ze me aan de wandelingen.”

Manav is sinds een tweetal maanden vrijwilliger bij Babbel & Wandel, een project van Pasar. Tijdens gezellige wandelingen oefenen nieuwkomers Nederlands, ontmoeten ze andere mensen en ontdekken ze nieuwe plekken. Vrijwilligers wandelen mee en zorgen ervoor dat nieuwe deelnemers zich welkom voelen. Het project startte ongeveer 4 jaar geleden in één stad en groeide uit tot maandelijkse wandelingen in verschillende steden zoals Leuven, Vilvoorde, Sint-Niklaas en Gent.

De taak van Manav is eenvoudig. “Ik begroet iedereen, deel naamkaartjes uit, geef een beetje uitleg en praat onderweg met mensen.” Geen uren voorbereiding, geen grote verantwoordelijkheid. Net die kleine handelingen zorgen ervoor dat iemand zich welkom voelt.

“Babbel & Wandel is laagdrempelig. Je wandelt en je praat. Je hoeft niet sportief te zijn of je speciaal voor te bereiden. De wandelingen zijn kort en rustig, in een stad of in een park. Terwijl je wandelt, oefen je Nederlands zonder dat het als een les voelt. Je leert andere mensen kennen en je omgeving beter kennen. Ik woon in Vilvoorde, en leerde dankzij de wandelingen ook Leuven en Sint-Niklaas kennen.”

Soms wandelen er tien mensen mee, soms dertig. “Sommige deelnemers komen regelmatig terug, anderen sluiten voor het eerst aan.”

Een vrijwilliger moet niet alles kunnen

Manav leerde Babbel & Wandel eerst kennen als deelnemer. “Toen ik in België aankwam, zocht ik mensen om Nederlands mee te oefenen. Ik vond Babbel & Wandel online en sloot aan bij de WhatsAppgroep.”

De eerste keer was hij erg zenuwachtig. “Mijn vrouw, die hier is opgegroeid, ging mee. Daarna zei ze: ‘Nu ga je alleen.’” En dus bleef Manav komen. Ondertussen zag hij de vrijwilligers aan het werk. “Ik dacht: dat zou ik ook graag doen. Vrijwilligerswerk bestaat ook in mijn land van herkomst, maar die vorm kende ik nog niet. Toch zette ik niet meteen de stap. De vrijwilligers die ik zag, kenden de omgeving beter en spraken beter Nederlands. Ik dacht dat ik eerst nog wat moest oefenen.”

Tot Nina, projectmedewerker bij Pasar, hem vroeg of hij vrijwilliger wilde worden. “Zij zei dat het helemaal goed was. Ze zag dat ik vaak aanwezig was en graag hielp. Haar vraag heeft me geholpen om de stap te zetten.”

Een beginner die beginners verwelkomt

Meer zelfs, de twijfels van Manav zijn net een troef. Wie voor het eerst meewandelt, is soms onzeker over zijn Nederlands. Manav herkent dat gevoel. “Mensen zijn soms zenuwachtig omdat ze nog niet goed Nederlands spreken. Ik spreek de taal zelf ook nog niet vloeiend. Ze zien dus dat er een vrijwilliger rondloopt die zelf ook nog Nederlands leert. Dat kan hen geruststellen. Ik zit in zekere zin dichter bij hun situatie. Je hoeft als vrijwilliger dus niet perfect Nederlands te kunnen spreken om anderen te helpen.”

Hij probeert vooral te zorgen dat mensen zich comfortabel voelen. “Ik doe misschien kleine dingen: mensen begroeten, een naamkaartje uitdelen, met iemand praten … Maar voor iemand die nieuw is, kunnen die kleine dingen belangrijk zijn.”

Manav hielp ondertussen ook mee op een infomarkt, waar hij bezoekers uitleg gaf over Babbel & Wandel. “Veel mensen toonden interesse en namen informatie mee. Bezoekers zagen iemand die zelf nog Nederlands leert en toch al een vrijwilligerstaak opneemt.”

Gewoon komen en beginnen

Vrijwilligerswerk vraagt geen uren voorbereiding. Manav hoeft geen wandeling uit te stippelen of thuis materiaal klaar te maken. Hij komt, helpt mensen op weg en wandelt mee. “Je moet goede schoenen dragen, en weten waar de wandeling start. Dat is het eigenlijk. Deelnemers dragen gewone kleren, brengen water en soms een snack mee. Dat eenvoudige vind ik ook fijn. Je kan gewoon komen en beginnen.”
Zelf krijgt hij er veel voor terug. “Ik krijg meer zelfvertrouwen. Door telkens met mensen in het Nederlands te praten, durf ik meer. Mijn Nederlands is nog niet vloeiend, maar het wordt steeds beter.”

Hij ontmoet ook nieuwe mensen, maakt vrienden en ontdekt plekken die hij nog niet kende. “En wandelen is gezond. Ik wil wat fitter worden, dus ook dat is goed.” (lacht)

Zonder verwachtingen

Voor Manav is vrijwilligerswerk belangrijk. “Toen ik hier kwam, zag ik hoeveel organisaties nieuwkomers proberen te helpen. Ik heb daar zelf gebruik van gemaakt en doe dat eigenlijk nog altijd. Ik heb zelf veel gekregen. Daarom voelt het logisch om iets terug te geven.”

Aan wie twijfelt, zegt hij: ‘Doe het.’ Voor hem hoeft vrijwilligerswerk niet ingewikkeld te zijn. “Het is geen verloren tijd. Het helpt ons allemaal, en maakt de samenleving beter. Zonder vrijwilligers zouden er niet zoveel organisaties en evenementen bestaan. Er wordt weleens gezegd dat echt geluk ontstaat wanneer je iets voor iemand anders doet zonder daarvoor geld of iets anders te verwachten. Daar geloof ik in.”

Manav wil dan ook blijven vrijwilligerswerk doen. En na een volgende wandeling komt er dan opnieuw een naamkaartje bij op zijn werktafel.