
Stefaan Segaert werkt als politiek opbouwwerker bij Hart boven Hard. Voor Socius fietste hij in september en oktober 2026 langs een aantal inspirerende plekken. In Tilburg en Den Haag merkt hij het belang van bibliotheken als derde plek.
Geïntrigeerd door een artikel van Michelle van Tongerloo in De Correspondent over de bibliotheek van Rotterdam als essentiële derde plek, fiets ik door Nederland. Ik krijg een tip van Katrien van de G1000 om de bibliotheek van Tilburg te bezoeken. Op mijn fietsroute zal ik ook mijn ogen de kost geven in een wijkbibliotheek in Den Haag en de centrale bibliotheek in Dordrecht.
Voormalige treinwerkplaats in Tilburg
Het is avond in Tilburg, mijn dochter Anna is terug naar huis en ik fiets kriskras door de wijken van de stad. Aan de coffeeshops is het superdruk, maar ook Wijkcentrum Nieuwe Stede is op maandag nog open tot 22 uur, elke dag opnieuw. Vrijwilligers zoals Charles runnen de tent. Ik feliciteer ze voor de ruime openingsuren. Door het lezen van Symfonie van Onvrede van Catherine De Vries ben ik me scherper bewust over het belang van warme plekken met persoonlijke dienstverlening die nabij zijn.

Overdag verken ik de prachtige gemeentelijke bibliotheek die aan de achterkant van het Centraal Station ligt. Het is een gigantische plek, vroeger lag hier een treinwerkplaats waar 150 arbeiders sleutelden, smeerden, demonteerden en monteerden aan stoomlocomotieven en modernere versies.
Het gebouw is groot, open en een architecturale parel. In het artikel in De Correspondent staat een vraag die me sterk fascineert: Hoeveel verschil, ongemak en kwetsbaarheid kan gastvrijheid eigenlijk verdragen?
Huisarts van Tongerloo (die naar de bib trekt om zich te onttrekken aan de drukte van thuis en om er te schrijven) toetst de theorie van derde plekken (waar je niet hoeft te consumeren, waar je niets hoeft te bewijzen, en waar aanwezig zijn genoeg is) aan de praktijk van de bib van Rotterdam.
Ik stel dezelfde vraag aan Robert, een vriendelijke medewerker in de bib van Tilburg. “De rekbaarheid voor mensen die op straat leven is niet oneindig”, vertelt hij. “Soms zijn groepen of individuen te luid, of ze brengen alcohol mee waardoor het fout loopt. Het nabije daklozencentrum doet hier regelmatig contactrondes om nieuwe daklozen te leren kennen. Cultuur en welzijn werken samen.” Ik vang ook op dat er soms iemand die op straat leeft in slaap valt in de toiletten. Mensen komen zich hier verwarmen.
Het immense gebouw herbergt meer dan driehonderd werkplekken. En effectief: ik zie veel studenten per twee, per vier of afgesloten in een glazen kleine veranda ter grootte van een telefooncel met hun laptop en boeken. De jonge studenten – de Radboud Universiteit telt bijna 24.000 studenten – zijn het duidelijkst aanwezig.
Ook interessant: het gebouw is dermate groot dat je perfect kan praten met je medebezoeker, een doodse stilte hoeft hier niet.

Veel meer dan boeken
De sfeer in LocHal, de naam van bib van Tilburg, is ongedwongen, warm en welkom. In een mooi promofilmpje noemt de schepen/wethouder deze plek ‘de huiskamer van de stad’. Boeken ontlenen is duidelijk maar één functie. Er zijn workshops, lezingen … 60 Tilburgse kunstenaars gingen op het hoogste verdiep artistiek aan de slag met het werk van Henry Moore en Henri Matisse, ik ben verbluft door de hoge kwaliteit van hun werk.
Nog een interessant detail: zolang je alles netjes opruimt, mag je hier ook je eigen lunch, broodjes en drank meebrengen en verorberen. Ik zie studenten met chipszakken, yoghurtjes en koekjestrommels. “We zijn zo laagdrempelig als mogelijk”, zegt Jeanette van de centrale onthaalbalie.
Ik grasduin even in het bestuursakkoord van de stad Tilburg en lees: “De sociale samenhang in de wijk verbeteren we door het faciliteren van meer ontmoeting en verbinding” en “We realiseren voldoende toegankelijke ontmoetingsplekken in iedere wijk”.

Naar Den Haag en in Dordrecht
Op zoek naar harira soep en een plek om naar de match Club Brugge – Lens te kijken, beland ik als vanzelf in de Schilderswijk in Den Haag. Het is de meest dense, arme en grijze wijk die ik ken. Er is nauwelijks groen. De buurt grenst aan het station Hollands Spoor. Maar net als in Bressoux in Luik of pakweg de Brugse Poort in Gent is er een levendige sfeer.
De wijkbibliotheek trekt mijn aandacht. Het is ver over valavond, maar er heerst nog een gezellige drukte. Kinderen zijn aan het kleuren of huiswerk aan het maken. Er is een taalles bezig. Er vindt iets plaats wat me sterk aan Babbelonië doet denken: een groep moeders met een tas thee in de hand die Nederlands oefenen, maar ook een plek van interculturele uitwisseling. De bib kent drie beroepskrachten. Het geheel is erg gezellig en kleurrijk uitgebouwd. We kunnen leren van de Nederlandse bibliotheken op vlak van inrichting en multifunctionaliteit.
Een dag later ben ik in Dordrecht beland, nog net boven de Moerdijk die katholiek en protestants Nederland van elkaar scheidt. Ik geniet er van de prachtige oude straten, koffiehuizen, de tweedehandsboekenwinkels en de gesprekken met mijn dochter die me voor de tweede keer is nagereisd. Na een bezoek aan het Museum 1940-1945 ga ik naar de bibliotheek. Ik zoek literatuur over Srebrenica waar 31 jaar geleden een genocide onder het oog van de Nederlandse blauwhelmen plaatsvond. Een beambte helpt me mee zoeken uit een ruim aanbod over Joegoslavië.
Terwijl ik lees, en boeken en titels van hoofdstukken opschrijf, valt me opnieuw op: tieners en oudere scholieren maken samen hun huiswerk, ze fluisteren op gedempte toon, de kinderboekenhoek is goed en creatief uitgebouwd, en er is veel ‘va et vient’ van allerlei bezoekers.

Om niet af te ronden…
In een scherpe column in De Standaard houdt Oikos-coordinator Dirk Holemans een enthousiast pleidooi voor veerkrachthuizen. Hij haalt zijn mosterd onder andere uit Helsinki en Duitsland. En bij de noorderburen “hebben zich al talrijke locaties gemeld als sociale huiskamer: dat kan een buurthuis zijn, een repair cafe, een alternatieve cultuurruimte, of simpelweg een burger die zijn eigen woonkamer openstelt voor een gratis concert, politiek debat of een kop koffie”.
Waar wachten we op?


