Artificiële intelligentie vindt steeds meer ingang bij middenveldorganisaties. Ze gebruiken AI voor onderzoek, communicatie, belangenbehartiging en de dagelijkse werking. Maar die ontwikkeling heeft ook een keerzijde. Een nieuw onderzoek van CIVICUS brengt de risico’s en drempels in kaart waarmee middenveldorganisaties worden geconfronteerd.
Het rapport AI and Civil Society: Threats and Obstacles to Deployment and Advocacy is een publicatie van het Digital Democracy Initiative (DDI) van CIVICUS. Het steunt op een bevraging van verschillende CIVICUS-leden, interviews met experten en focusgroepen met vertegenwoordigers van het middenveld.
De onderzoekers bekeken hoe middenveldorganisaties vandaag AI inzetten, wat hen belemmert om dat op een verantwoorde manier te doen en in welke mate ze kunnen wegen op het beleid en de regelgeving rond AI.
Surveillance, desinformatie en ongelijke toegang
Het rapport wijst op verschillende uitdagingen. Zo kan surveillance met behulp van AI gevolgen hebben voor de ruimte waarin middenveldorganisaties en burgers zich vrij kunnen organiseren en uitspreken. Ook mis- en desinformatie en andere vormen van schade die AI kan versterken, vormen een groeiend risico.
Tegelijk kan niet elke organisatie even gemakkelijk de kansen van AI benutten. De toegang tot de nodige middelen, vaardigheden en digitale infrastructuur is ongelijk verdeeld. Daardoor dreigt AI bestaande ongelijkheden binnen het middenveld verder uit te vergroten.
Middenveld te weinig betrokken bij AI-beleid
CIVICUS stelt daarnaast vast dat middenveldorganisaties nog te weinig betrokken worden bij het beleid en de besluitvorming rond AI. Dat geldt in het bijzonder voor organisaties uit het Zuiden.
Volgens de onderzoekers is daarom een aanpak nodig die sterker vertrekt vanuit mensenrechten én vanuit de kennis en ervaringen van het middenveld. Middenveldorganisaties moeten niet alleen nadenken over hoe ze AI zelf gebruiken, maar ook een volwaardige stem krijgen in de keuzes over hoe AI wordt ontwikkeld, gereguleerd en ingezet.



