Elke paar jaar laat de Koning Boudewijnstichting de economische dynamiek van de instellingen zonder winstoogmerk (IZW’s) in kaart brengen. De editie van 2026 bevestigt dat de sector groot en onmisbaar is. Tegelijk waarschuwt ze ook dat die positie niet vanzelfsprekend blijft.

Wat is een satellietrekening?

Een satellietrekening brengt de economische betekenis van de IZW’s in beeld aan de hand van indicatoren zoals toegevoegde waarde, tewerkstelling, lonen en investeringen. Dit laat toe om ze te vergelijken met andere bedrijfstakken. De maatschappelijke meerwaarde, zoals de bijdrage aan de sociale cohesie, participatie en democratische oefenruimte, blijft uit beeld.

De grote lijnen

De cijfers zijn indrukwekkend. België telt bijna 29.000 IZW’s met samen meer dan 536.000 werknemers. Dat is één op acht loontrekkenden. Ze zijn goed voor bijna 5% van het bbp en 10% van alle uitbetaalde lonen. Tussen 2009 en 2023 kwamen er ruim 117.000 jobs bij. Tussen 2019 en 2023 groeide de tewerkstelling bij IZW’s dubbel zo snel als in de rest van de economie.

Onder dat positieve beeld zitten wel barsten. In de maatschappelijke dienstverlening en de gezondheidszorg daalt het relatieve aandeel van IZW’s. In de bedrijfstak kunsten, amusement en recreatie is de daling nog groter: van 32% in 2009 naar 20% in 2023.

Commerciële spelers nemen een steeds groter deel op zich. Dat valt deels te verklaren door de dalende middelen van IZW’s. De toenemende rol van marktspelers is meer dan een economische kwestie. Dat werpt vragen op over wie toegang krijgt tot cultuur, ontmoeting en vorming, en onder welke voorwaarden.

Het schaareffect

De onderzoekers zien een aanzienlijk risico op een schaareffect. De bovenste arm staat voor dalende middelen als gevolg van beleidskeuzes. Denk aan besparingen, subsidies die niet of onvoldoende geïndexeerd worden en een kleiner belastingvoordeel voor giften. De onderste arm staat voor de groeiende maatschappelijke vraag. Meer mensen bevinden zich in een kwetsbare situatie, de noden nemen toe en de verwachtingen tegenover het middenveld stijgen.

Organisaties die met minder middelen en hogere kosten kampen, teren in op hun reserves en stellen investeringen en aanwervingen uit. Daardoor kunnen ze minder goed aan de noden beantwoorden. In een gepolariseerd klimaat kan dat nieuwe kritiek uitlokken, die vervolgens wordt aangegrepen om verdere besparingen te legitimeren.

Tijdens een rondetafelgesprek maken vertegenwoordigers uit de civiele samenleving dit beeld concreet. Ze wijzen op meer aanbestedingen waarbij IZW’s moeten concurreren met commerciële spelers, vouchers in plaats van structurele financiering, problemen om personeel aan te werven en nieuwe verplichtingen zonder bijkomende middelen. Ze verwijzen ook naar de internationale trend van de krimpende civiele ruimte.