(dat geldt ook voor die van KFC Herent)
Stefaan Segaert werkt als buurtopbouwwerker bij SAAMO vzw in de Melkaderwijk in Kallo. Daarvoor was hij aan de slag als educatief medewerker bij Avansa Waas-en-Dender. Hij woont in Lokeren en is oprichter van de lokale LETS-groep, een ecologisch soepkarproject i.s.m. Alderande en was betrokken bij de opstart van Repair Cafés in de regio Waasland.
Stefaan fietst elke dag. Voor het werk, voor zijn projecten, voor zijn hobby’s, voor zijn vakantie. Voor alles. Voor Socius maakte hij in augustus 2022 een fietstocht langs verschillende praktijken die inzetten op het creëren van verbinding.
Tussen tien en dertien uur heb ik drie beklijvende gesprekken over het belang van sport en buitenploegen die op zondagmorgen in de gevangenis van Leuven Centraal komen sjotten. Sabine De Bock van De Rode Antraciet heeft de gesprekken geregeld, net als de toelating om me tot in het cellencomplex te brengen. De oude stenen tegel op de binnenkoer vermeldt 1860: dit huis voor wie veroordeeld is, werd 162 jaar geleden in gebruik genomen. Dit huis heeft (te) veel gezien, zou Boudewijn de Groot zingen …
Zot van voetbal

Leuven Centraal is een gevangenis van vooral langgestraften. Zowel Kader als Bjorn hebben al behoorlijk wat jaren in de bajes op de teller. Wat ze gemeen hebben? Zot van voetbal. Ik denk dat ze het zonder sport amper zouden overleven, zo leid ik af uit hun energieke getuigenis.
Ook al zijn de omstandigheden verre van ideaal en niet te vergelijken met keurige sporthallen in pakweg Heverlee of Mariakerke. Er wordt gespeeld op een grillig betonnen oppervlak, je verslijt schoenen aan de lopende band, er is niet altijd een deftige bal beschikbaar …
Als er ploegen van buiten de muren komen – de reserven van KFC Herent bijvoorbeeld – kijken ze daar reikhalzend naar uit. Naargelang het kaliber dat ze ontvangen, stellen gedetineerden een passende ploeg op.
Zowel Kader als Bjorn zijn daarin formeel: het gaat niet zomaar om een balletje trappen, maar om winnen. Om achteraf ook met de glimlach te kunnen verliezen.
Ploegen van buiten
“Ploegen van buiten doorbreken de routine. De wereld is hier zo klein, zo monotoon, zo voorspelbaar, zo hypergestructureerd”, zegt Kader. “Het doet enorm deugd, het is helemaal anders dan gedetineerden onder elkaar”, vertelt Bjorn. En voor de 40% gedetineerden die nooit bezoek krijgen (een hallucinant hoog aantal, ik schrik bij dat cijfer) op een populatie van vierhonderd ‘vaste bewoners’ is het nog zoveel belangrijker.
“We worden bovendien niet als een strafblad benaderd, maar als talentvolle voetballers”, vertellen ze. Van Kader wordt gezegd dat hij danst op het veld, als een dribbelkoning. Na een uurtje voetballen is er ook een half uurtje voorzien om te ‘socialisen’. Dat bouwt Sabine De Bock bewust in. Misschien is die overlappende zone wel de essentie van het hele zondagmorgengebeuren?
Kaminsky
In Brasserie Kaminsky herinnert Sander – verbonden aan OHL als keeperstrainer, ex-eerste provincialer van Herent, speelt nu bij de reserveploeg – een banaal gesprek met R. over merken van keepershandschoenen na een partij. Een ander gedachtensouvenir is de uitspraak – ook al werd Herent die ochtend ingeblikt met 13-4 door de eeuwige thuisploeg – dat “jullie toch de winnaars zijn, omdat je straks naar buiten mag”. Is dat wat ze galgenhumor noemen?
Voorbij de opdeling
De publieke opinie, krantenstukken, aan de familietafel: er zijn vaak hele scherpe opdelingen tussen zij (gedetineerden) en wij (zuiveren, vrij van zonde). Samen voetballen doorbreekt die strakke stereotypen. Er is veel meer dat bindt dan scheidt op zo’n zondagmorgen: we houden allemaal van Kevin de Bruyne, zien uit naar een volgende interland van de Rode Duivels … Sporten is een uitlaatklep, verschaft identiteit, zorgt voor eigenwaarde, zelfvertrouwen, trots. Herkenbaar?
De Rode Antraciet zoekt binnen de vaak strakke marges voor hulp- en dienstverlening aan gedetineerden naar een maximum aan invulling. Vanuit het eenvoudig principe: sport is een mensenrecht. Ook wie gevangen zit, blijft deel uitmaken van de samenleving.
Bij het verlaten van de oude gesloten burcht aan de Geldenaakse Vest moet ik een aan zin van Juli Zeh uit Speeldrift denken: “Het spelen dwong tot gelijkheid, omdat voor alle spelers dezelfde voorwaarden golden” (p.210).






