Eind december 2025 sloot de Vlaamse gemeenschap een beheersovereenkomst met Socius voor de beleidsperiode 2026–2030. Het toegekende subsidiebedrag voor 2026 vertrok al van een besparing van 3% ten opzichte van de vorige beleidsperiode. Dat bedrag lag bovendien aanzienlijk lager dan het advies van de beoordelingscommissie.

We namen onze verantwoordelijkheid. We herwerkten onze plannen grondig en pasten onze ambities aan, zonder onze kernopdracht los te laten: het ondersteunen en versterken van het sociaal-cultureel werk in Vlaanderen.

Maar nog voor de uitvoering van de nieuwe beheersovereenkomst goed en wel gestart is, volgt een nieuwe ingreep. Vanaf 2027 worden we geconfronteerd met een bijkomende besparing van 10,5% op onze enveloppe. Het is de meest recente in een reeks besparingen die teruggaat tot 2007. Dat is een fundamentele en bewuste keuze van de Vlaamse overheid.

Dit raakt niet alleen het steunpunt, maar de ondersteuning van een hele sector. Een sector die eind vorig jaar al schade opliep na politieke beslissingen in het kader van de subsidietoewijzing.

Dit gaat niet alleen over Socius. Het gaat over de plaats die sociaal-cultureel werk krijgt in Vlaanderen. Investeren we in verbinding, burgerparticipatie en democratische veerkracht? Of hollen we die stap voor stap uit?