
Of een project met ‘andere’ resultaten…?
Als sociaal-cultureel werker start je zelden iets zonder verwachtingen. Je ziet een knelpunt, voelt urgentie en gelooft dat het anders en beter kan. Je bedenkt een aanpak, een traject. En je denkt na over hoe je, samen met anderen, stap voor stap verandering kan brengen.
Zo begonnen wij, Sofie en Bert van Avansa Centraal Vlaanderen vzw, aan MobiMaatWerkers in Zottegem. Met goesting, overtuiging en het stille vertrouwen dat dit project zin had.
MobiMaatWerkers in een notendop
We trokken naar Sint-Goriks-Oudenhove, een landelijke deelgemeente van Zottegem. Daar merkten we dat inwoners zich soms moeilijk op een milieuvriendelijke manier naar het centrum van Zottegem kunnen verplaatsen. Het openbaar vervoer is niet altijd handig, de afstanden zijn groot en alternatieven zijn er amper of niet voor iedereen toegankelijk.
Ons doel? Niet per se dé perfecte oplossing vinden. Wel samen met de inwoners nadenken over wat mogelijk is.
We kozen voor een traject in verschillende stappen:
- luisteren naar verhalen en ervaringen
- samen nadenken en dromen over mogelijke oplossingen
- een van de ideeën uitwerken en in de praktijk testen
Dat leek ons een mooi stappenplan. Succes gegarandeerd. Achteraf gezien was het misschien net iets te mooi.
Het probleem dat wij dachten te zien, werd door onze doelgroep niet als een probleem ervaren.
Botsing met de realiteit
Al vroeg in het project wrong het.
Op het eerste praatcafé kwamen slechts 4 deelnemers af. Het enthousiasme bij de dorpsbewoners bleek dus beperkt. Dat kan. Daarom kozen we voor een andere aanpak onder het motto: “als bewoners niet naar ons komen, gaan wij naar hen”. Tijdens deur-aan-deur-gesprekken bevroegen we burgers. We lanceerden een online bevraging voor wie we niet konden bereiken. Samen met collega’s uit andere organisaties verzamelden we zo heel wat input.
En toch bleef het knagen. Het probleem dat wij dachten te zien, werd door onze doelgroep niet als een probleem ervaren. Tijdens een volgende publieke activiteit bereikten we, ondanks een grote wervingscampagne, geen enkele dorpsbewoner.
Het project werd stopgezet. Na veel inzet, maar zonder tastbare resultaten.

Waren alle inspanningen dan voor niets?
Een project stopzetten doet pijn. Zeker als je er tijd, energie en hoop in hebt gelegd.
Toch wilden we het verhaal niet zomaar afsluiten. Daarom stelden we ons een andere vraag: wat als dit project wel iets heeft opgeleverd, alleen niet op de manier die we vooraf hadden bedacht? Wat als de inzichten zelf het resultaat zijn? En wat als we die teruggeven aan collega’s, burgers en professionals?
Waar botsten we op?
1. Bestaat het probleem wel?
Als sociaal-cultureel werkers kijken we naar de samenleving vanuit kansen en noden tot verbetering. Voor meer rechtvaardigheid voor mens en planeet. Daardoor zien we knelpunten waarvan we denken: “dit kan anders” of “dit moet anders”. Maar wat als mensen dat niet zo beleven? Wat als ons “probleem” niet gezien wordt door hen, of gewoon niet bestaat voor hen?
2. Participatie: OK. Maar voor en met wie eigenlijk?
We geloven sterk in participatie: samen nadenken, beslissen en doen. Alleen: wil of kan iedereen meepraten over elk thema dat wij belangrijk vinden, gewoon omdat iemand “tot de doelgroep” behoort?
Misschien moeten we de vraag omdraaien. Niet: “hoe kunnen we burgers laten participeren aan de vragen van organisaties en besturen?”, wel “hoe kunnen we organisaties en overheden meer laten participeren aan het leven van mensen, en aan de dingen waarop zij elke dag botsen?”.
3. Waar vinden we de tijd?
Iedereen heeft het druk met routines, verwachtingen en verplichtingen. Meedoen, stilstaan, het grotere plaatje bekijken …, dat vraagt inzet, aandacht en moeite.
Is het dan vreemd dat burgers niet staan te springen om mee na te denken over mobiliteit of klimaat? Het is menselijk om vooral bezig te zijn met jezelf en het hier en nu; dat is wat onze manier van leven van ons vraagt.
4. Gedragsverandering is geen kleinigheid
Zelfs als je overtuigd bent dat het anders moet, botsen we op weerstand. Gedragsverandering vraagt tijd, energie en goesting. Soms moet je er zelfs van alles voor opgeven. De winst is vaak niet meteen voelbaar, of slechts een droombeeld in de verre toekomst. Het verlies daarentegen is vaak op twee vlakken heel duidelijk: zowel nu/vandaag/onmiddellijk als zeer direct/persoonlijk.
5. Er is niet één samenleving: een gemeenschap van gemeenschappen
We leven steeds vaker naast elkaar in aparte bubbels: school, buurt, hobby’s, vrienden en familie. Daarin ontmoeten we steeds dezelfde mensen. Daarbuiten hebben we maar weinig sociale contacten. Zo wordt het steeds moeilijker om te zien welke uitdagingen anderen meemaken. Zelfs in het kleinste dorp kennen we soms elkaars leefwereld amper. We zorgen nog wel voor ‘de onzen’, maar niet meer voor ‘de anderen’. Dat is niet altijd een kwestie van ‘niet willen’, maar eerder van ‘niet weten’.
6. Waar ligt de prioriteit?
Niet iedereen voelt dezelfde situaties even dringend aan. Dat heeft te maken met waar in het leven je staat, wat je meemaakt en vanuit welke bril je kijkt. Voor de ene persoon voelt de klimaatcrisis urgent, voor de andere staat rondkomen met geld voorop.
Dat betekent niet dat iemand fout zit. Wel dat we allemaal vanuit andere standpunt kijken. Misschien zou alles anders aanvoelen als we even door de ogen van de aarde zelf konden kijken, want wie vertegenwoordigt haar stem?
En wat kunnen we hiermee doen naar de burger?
We hebben geen reeks kant-en-klare oplossingen gegeven. Die bestaan ook niet. Maar we hebben wel genoeg stof tot nadenken, bijvoorbeeld in de vorm van enkele vragen die we aan burgers willen stellen:
- Wanneer voel jij je aangesproken om mee te denken, mee te doen, mee te veranderen? En wanneer niet?
- Wanneer leg je verantwoordelijkheid bij de overheid, en wanneer neem je die zelf op?
- Wat maakt dat iets “van jou” wordt?
Wat kunnen we als sociaal-cultureel werkers onthouden?
- We starten vanuit luisteren. Door aandacht te hebben voor wat bij mensen leeft, ontstaat ruimte om samen verder te werken.
- Onze initiatieven sluiten aan bij de leefwereld van mensen, niet bij wat wij vooraf bedenken als aanpak of oplossing.
- We zetten participatie bewust in wanneer het past bij de context en de vraag.
- Participatie vraagt de nodige tijd, engagement en vertrouwen om te groeien.
- Niet iedereen wil deelnemen. Dat mag.
- Sommige maatschappelijke uitdagingen vragen vooral duidelijke beleidskeuzes. Participatie kan inspireren, maar lost niet alles op.
MobiMaatWerkers is een project van Netwerk Duurzame Mobiliteit, samen met Trage Wegen vzw, intercommunale SOLVA, Way To Go, Mpact en Avansa Centraal Vlaanderen vzw. Meer info: https://www.duurzame-mobiliteit.be/mobimaatwerkers‘
Bert Ostyn is medewerker met focus ‘volhoudbaarheid’ bij Avansa Centraal Vlaanderen vzw. Hij zet zich mee in op verbindende activiteiten en projecten die op een positieve manier bijdragen aan een hoopvolle toekomst voor mens en planeet. Hij houdt van inspirerende acties die zowel prikkelend als haalbaar zijn, en heeft een zwak voor alles rond consuminderen.
Sofie Verspeeten is medewerker met focus ‘burgerschap en solidareit’ bij Avansa Centraal Vlaanderen vzw. Onrecht zien, erover horen, het voelen … brengt haar in actie. Als procesbegeleider wil ze groepen mensen met elkaar verbinden en versterken. Om de hete hangijzers in onze samenleving aan te pakken. Dat doet ze via projecten en netwerken.


