Het jaar 2025 werd gekenmerkt door een sterke toename van wereldwijde protesten. In meer dan 70 landen kwamen burgers op straat tegen corruptie, sociale ongelijkheid, stijgende kosten van levensonderhoud, gebrekkige overheidsverantwoording en politieke onderdrukking. Veel van deze bewegingen waren geen tijdelijke uitbarstingen, maar groeiden uit tot langdurige protestgolven die ook in 2026 verdergingen, aldus Evelyn Mantoiu van European Democracy Hub.
Een opvallende ontwikkeling was de groeiende rol van jongeren, vooral Generatie Z. Jongeren organiseerden protesten vaak via sociale media zoals TikTok, Instagram en Discord. Hun acties richtten zich vooral tegen corruptie, economische problemen en een gebrek aan inspraak. In landen zoals Servië, Nepal, Indonesië, Kenia en Madagaskar speelden jongeren een centrale rol in bewegingen die soms zelfs tot politieke veranderingen leidden.
Ook binnen de Europese Unie ontstonden langdurige protestbewegingen. In Griekenland bleven mensen protesteren na de dodelijke treinramp van 2023 vanwege eisen rond verantwoordelijkheid en transparantie. In Hongarije kwamen burgers op straat tegen beperkingen op de LGBTQ+-gemeenschap en zorgen over de rechtsstaat. In Slowakije groeide de “Chalk Revolution” uit tot een jongerenbeweging tegen de regering van Robert Fico en tegen de aantasting van democratische instellingen. Ook in Roemenië, Frankrijk, Polen, Bulgarije, Litouwen en Tsjechië waren er protesten rond verkiezingen, corruptie, media-onafhankelijkheid en democratische waarden.
Naast politieke thema’s waren economische zorgen een belangrijke motor achter protesten. Stijgende prijzen, inflatie en dalende koopkracht zorgden onder andere in Kroatië en Ierland voor demonstraties. Ook internationale thema’s speelden een rol: protesten rond Gaza en Palestina groeiden uit tot een brede internationale beweging met eisen voor een staakt-het-vuren en een andere Europese houding tegenover Israël. Daarnaast ontstonden in Zuid-Europa protesten tegen massatoerisme, omdat lokale bewoners de druk op woningen, infrastructuur en levenskwaliteit steeds groter vonden.
Buiten Europa waren jongeren eveneens de drijvende kracht achter grote bewegingen. In Afrika ontstonden protesten tegen corruptie, slechte dienstverlening en politieke uitsluiting, onder meer in Kenia, Mali en Marokko. In Azië leidden protesten in landen zoals Nepal en Indonesië soms tot regeringswissels of grote politieke gevolgen. In Latijns-Amerika draaiden protesten vooral rond economische problemen, corruptie en wantrouwen tegenover politieke leiders.
Een belangrijk patroon is dat moderne protestbewegingen steeds meer internationaal verbonden zijn. Activisten delen strategieën, symbolen en communicatie via digitale netwerken. Toch draaien deze bewegingen niet allemaal om democratisering: veel protesten gaan vooral over beter bestuur, eerlijke behandeling, economische zekerheid en meer verantwoordelijkheid van machthebbers.
De protestgolf van 2025 en 2026 toont dat burgers wereldwijd steeds vaker hun stem laten horen wanneer zij vinden dat overheden tekortschieten. Of deze bewegingen blijvende politieke veranderingen zullen veroorzaken, blijft onzeker, maar de oorzaken achter de protesten lijken voorlopig nog aanwezig.



