Het boek Armoede uitgelegd aan mensen met geld van Tim ‘S Jongers is een krachtig pleidooi tegen armoede en voor de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen in beleid. Met scherpe kritiek op de meritocratie, maatschappelijke organisaties en het armoedebeleid, biedt het boek een gedurfde kijk op de structurele oorzaken van armoede en roept het op tot actie.

Waarom ik zo enthousiast ben over dit boek?

Dient het nog gezegd: armoede knaagt aan onze samenleving. De gevolgen zijn ernstig: ‘ongelijkheid binnen de samenleving, maatschappelijke onvrede én wantrouwen in de overheid en onze democratie’ (15).

Het nieuwste boek van onderzoeker en schrijver Tim ’s Jongers baadt in een sfeer van ‘constructieve woede’, naast een scherpe aanklacht tegen armoede is het ook een krachtig pleidooi om ervaringsdeskundigen in de armoede maximaal te betrekken in sociaal beleid. De schrijver maakt de lezer ook nieuwsgierig naar goede praktijken uit pakweg Den Haag (zijn thuisbasis), Groningen of programma’s op landelijk niveau. ’s Jongers heeft ook een tijd in Antwerpen gewoond, gewerkt, gestudeerd wat het boek ook een Belgisch tintje geeft.

Het persoonlijke is politiek

Er zijn veel parallellen met het autobiografisch-politieke werk van de Franse schrijvers Edouard Louis en Didier Eribon. Tim ’s Jongers heeft hele rauwe armoede gekend en dat maakt het boek zeer geloofwaardig, erg authentiek, ‘met kennis van zaken spreken’ was nog nooit zo toepasselijk.

’s Jongers kent de nachtopvangcentra van binnenuit, heeft een scherp oog voor de wanverhoudingen op de arbeidsmarkt omdat hij zelf in dat segment arbeid verrichtte, hij tilt bovendien veel verhalen van andere mensen met armoede-ervaring op een structureel niveau. In één adem voegt hij er aan toe dat veel mensen die armoedebeleid uittekenen ‘geen bal van armoede snappen’.

Hoofdlijnen

In een interview in De Standaard van 28 juli 2024 legt hij het begrip ‘clusterfuck’ uit: ‘Geldgebrek weerspiegelt de oppervlakte (van armoede, nvdr), niet de diepte van het probleem’. Hij vervolgt: ‘Sommige mensen kunnen gewoon niet mee. Een structureel gebrek aan geld leidt ertoe dat je moeilijker kunt studeren, minder sociale contacten hebt en dat je meer risico hebt op mentale problemen, sociale uitsluiting en schaamte’. Het zijn dezelfde echo’s van wat Louis ‘structureel geweld’ noemt, zo magistraal beschreven in ‘Veranderen: methode’ en ‘Weg met Eddy Bellegueule’.

Er is ook een ruimtelijke dimensie: de armste wijken zijn ook de ongezondste, de stress is er het hoogst, aantasting van armoede en mentale gezondheid worden scherp gelinkt.

In een beklijvende epiloog getuigt hij: ‘Al ben ik nu bestaanszeker, de littekens op mijn lichaam en ziel zullen nooit verdwijnen’ (168).

Armoede is voor ’s Jongers multidimensionaal. Hij kijkt holistisch naar bvb. verslavingen: “ze zijn doorgaans het gevolg van trauma’s, van onverwerkt verdriet en van het pijnlijke gevoel alleen op de wereld te zijn” (145). Hij verbindt de diplomakloof, de gezondheidskloof en de vertrouwenskloof naadloos met elkaar. Het zal u niet verbazen dat hij ook komaf maakt met het meritocratische geloof dat de schuld van armoede bij het individu legt. Geen wonder dat zowel Wim Van Lancker als Paul Verhaege mee enthousiast zijn over dit boek.

Het boek is ook scherp voor veel maatschappelijke organisaties: ze zijn ‘uitgegroeid tot een verlengstuk van het verkeerde overheidsbeleid’ (161). Voor ’s Jongers zijn ze veel te stil: ‘Geen woede, geen vol Malieveld, geen blokkades aan de poorten van overheidsgebouwen en geen mars tegen armoede of bestaansonzekerheid’ (162).

Een scherpe nieuwe metaforische taal

De taal van het boek is scherp, fris, no nonsense. ’s Jongers lanceert nieuwe begrippen als mathilda-effect, armoedetaylorisme, articulatiemacht, de outsorcingklasse. Wie bemiddeld is kan zijn shit outsorcen, wie arm is kan dat niet of nauwelijks. Woorden zijn belangrijk.

Bovendien slaagt het boek erin om op een zeer leesbare en toegankelijke manier tal van wetenschappelijk onderzoek uit buiten-en binnenland mee een plek te geven in een aanklacht rond armoede. ‘s Jongers refereert zelfs historisch naar de Hongerwinter op het einde van de Tweede Wereldoorlog en de stresserende gevolgen daarvan vandaag. Zei ik al dat dit op meerdere vlakken een beklijvend en intelligent boek is?

Armoedebal in het juiste kamp leggen

Er is veel wat ’s Jongers hekelt. Hij fulmineert dat bijna niemand bezig is met dé armoede maar wel met ‘kinderarmoede, beweegarmoede, voedselarmoede, digitale armoede, fietsarmoede (…) en noem maar op’ (85). Elk overheidsafdelinkje zijn eigen verantwoordelijkheidje. ’s Jongers ergert zich ook aan armoedeporno, aan de gedachte dat armoede ook positieve effecten zou hebben …

Het boek schuwt de grote politieke vragen niet: voor de twintig procent mensen met langdurige multiproblemen zou het goed zijn om een Bijzondere Overheid te ontwerpen, hij noemt dat ‘een organisatie die gericht is op het voorkomen van erger’.

Nog meer systemisch klinkt het op pagina 162: ‘Om armoede daadwerkelijk te voorkomen, te bestrijden en om mensen die in armoede leven perspectief te bieden, hebben we een massa van constructief woedende burgers nodig. Om dat te bereiken zullen mensen met geld hun denk-en mensbeelden moeten bevragen, want wij zijn het systeem en wij zijn de overheid’. F**k meritocratie!

Kritisch – de vragen over de vragen

Het boek doet voortdurend naar adem happen. Veel onderzoek dat passeert is ronduit schokkend en maakt je kwaad als lezer. De persoonlijke verhalen –zeer kwetsbaar, zeer eerlijk, zeer ontwapenend- van ’s Jongers zijn verweven met de aangehaalde goede praktijken, de schrijver is immers geen fatalist maar wil samen met velen in de modder staan om armoede te bannen, in Nederland en elders. Het boek roept veel engagement op. Het zet ook de schijnwerpers op moedige burgers die armoede kennen en tegenmacht opbouwen.

Er zijn ook voortdurend de vragen onder de vragen , daarom is het goed dat we studenten sociaal werk (en anderen natuurlijk) dit boek maximaal laten lezen zodat ze de diepte van armoede leren zien. Wat maakt dat mensen ongezond leven? Welke maatregelen zijn effectief? Welk beleid duwt groepen in armoede nog dieper in de shit? Is eenzaamheid vooral niet: het gevoel hebben niet van betekenis te zijn? Waarom is mee onderzoeken en meepraten van ervaringsdeskundigen zo essentieel voor beter armoedebeleid? Waarom vinden zoveel mensen hun weg niet in het voorzieningenweb? Waarom moet de chronisch zieke buurvrouw van Tim ’s Jongers telkens opnieuw een ‘mondeling examen van ellende’ afleggen? (82)

Wat te doen?

Anno 2024 schreef Tim ’s Jongers een eigentijdse ‘j’accuse’ (boek van Emile Zola), een aanklacht die als een mokerslag leest voor niet-nabij, wereldvreemd, betuttelend, beschuldigend beleid. Iemand nog een adjectief?

Als bewegingsmedewerker van Hart boven hard waarbij één van de tien hartenwensen (speerpunten) ‘stop armoede’ is zie ik het als mijn taak om dit boek onder de aandacht te brengen. Om dus ook Tim ’s Jongers naar Vlaanderen te halen. Desnoods ga ik het fietsend naar Den Haag persoonlijk vragen.

Een ander boek van ’s Jongers dat genoemd wordt is ‘Beledigende broccoli’, ik schaf het snel aan. Meer Tim in een politieke sfeer van sociale verkilling is nodig.

Bij de Vlaamse en federale formatiebesprekingen hoorde ik tot op heden amper een woord vallen over krachtige armoedebestrijding. Hoe krijgen we de grote lijnen van dit boek aan de onderhandelingstafel?

Tot slot wil ik de Moerwijk en het Transvaalkwartier in Den Haag bezoeken. Het zijn de armste wijken van de stad. Wat kan zinvol sociaal werk daar doen? Ik wil dat in een artikel voor Socius gieten.

En zouden we geen leesgroepen opstarten?


Stefaan Segaert werkt bij Hart boven Hard. Daarvoor was hij aan de slag als buurtopbouwwerker bij Saamo vzw en educatief medewerker bij Avansa Waas-en-Dender. Hij woont in Lokeren en is oprichter van de lokale LETS-groep, van een ecologisch soepkarproject i.s.m. Alderande en was betrokken bij de opstart van Repair Cafés in de regio Waasland.

Voor de Trefdag sociaal-cultureel werk van Socius op 21 november 2024 – Cultuur voor welzijn – fietste hij rond in Vlaanderen en Nederland op zoek naar verhalen over welzijn.

Stefaan Segaert