nov
19
2020

Briefwisseling Anya Topolski en Mark Elchardus over waarden en normen

Rollen en functies, Sociaal-cultureel werken

Blog, Video

Voor onze allereerste digitale Trefweek kropen politiek filosofe Anya Topolski en socioloog Mark Elchardus in hun pen om elkaar een brief te schrijven over een pittig thema: waarden en normen. Het debat over waarden en normen, rechten en vrijheden is vandaag meer dan ooit actueel. Maar het is ook fundamenteel. De brieven die je hieronder kan lezen vormden de opstap voor een Zoomdebat waarin ze verwonderd naar elkaars ideeën luisterden.

Kon je voor dit debat geen zitje in onze Zoomzaal bemachtigen? Goed nieuws: je kan de opname gratis herbekijken.

Anya Topolski: “Mijn pleidooi voor procedurele waarden”

Beste professor Elchardus, beste collega, beste Mark,

We zijn gevraagd om ideeën met elkaar uit te wisselen over de nood aan gemeenschappelijke waarden en normen in Vlaanderen. De vragen die ons werden voorgeschoteld zijn niet simpel: bestaat er zoiets als gemeenschappelijke waarden en normen? Zijn ze nodig? Over welke waarden hebben we het eigenlijk? Waar zit het onderscheid tussen waarden en normen? Wat zijn fundamentele rechten en vrijheden en hoe gaan we daar als samenleving mee om? Wat betekent dit voor burgers, maar ook voor organisaties en de overheid? En meer specifiek voor het sociaal-cultureel werk? In deze brief zal ik mijn best doen om een eerste reflectie hierover te delen.

Als filosofe (ook als het een beroepsmisvorming is 😉) wil ik graag beginnen met de verschillende concepten te definiëren. Waarden zijn de – meestal heel abstracte – kernprincipes van een groep. Voorbeelden zijn respect, tolerantie en gelijkheid. In theorie is iedereen, of toch bijna iedereen, het eens over waarden – in abstractum. Het verschil schuilt vaak in de vertaling ervan naar normen, regels en vooral naar rechten. Zoals dit zo vaak het geval is, is ook hier de kloof tussen de theorie en de praktijk veel te groot. Waarden leiden tot meer concrete normen en regels, vaak ook over het gedrag. Jammer genoeg zijn deze waarden vaak onbesproken, wat zeer problematisch is. ‘Rechten’, een wettelijke term, vinden namelijk hun oorsprong in de waarden en normen van een gemeenschap.

Wat voor mij de kern van de zaak is, is dat rechten, normen en waarden besproken én in vraag gesteld moeten worden om een inclusieve en rechtvaardige gemeenschap te ‘co-construeren’. Dit gebeurt niet in Vlaanderen en kan ook niet gebeuren in het huidige politieke klimaat. In die zin is mijn brief geen pleidooi voor bepaalde substantiële waarden en normen, maar voor de nood aan procedurele waarden. Hoe kunnen wij – en wie bepaalt wie behoort tot deze wij – samen een politieke gemeenschap creëren?

Om te beginnen is het nodig om de huidige perceptie over waarden en normen, die ook vertegenwoordigd zijn in de Grondwet, te deconstrueren. Deze waarden en normen zijn niet universeel, absoluut of ahistorisch. Ze zijn het product van een bepaalde subgroep binnen een gemeenschap. Deze subgroep is meestal meer invloedrijk dan hun aantal op zich verantwoordt, wat maakt dat de waarden en normen, en vaak ook de rechten, niet alleen niet democratisch zijn, maar ook niet in het belang van de hele gemeenschap. Dit leidt tot (ten minste) twee vragen. Ten eerste, waarom beschouwen wij onze huidige waarden en normen als ‘de waarheid’? En ten tweede, hoe is een gemeenschap afgelijnd?

Volgens mij kan de geschiedenis een eerste antwoord bieden op beide vragen. En met de geschiedenis bedoel ik niet wat wij leren op de schoolbanken – die geschiedenis is vaak eerder een mythe, zoals Plato’s ‘nobele’ leugen. Als het Vlaanderen misschien kan helpen om een inclusieve en rechtvaardige toekomst te bouwen: ook geschiedenis moet dekoloniaal zijn. Dekoloniaal betekent niet alleen dat de koloniale geschiedenis van België aan bod komt, of dat de verhalen, ervaringen en perspectieven van alle betrokkenen aan bod komen. Maar vooral dat Vlamingen, Belgen en Europeanen erkennen – en niet alleen op een symbolische manier – dat de huidige staat, het systeem, de Grondwet, … geproduceerd/gereconstrueerd zijn door een specifieke subgroep met specifieke belangen voor ogen die niet inclusief zijn. Deze geschiedenis is niet zonder geweld – fysiek en niet-fysiek.

Ook moet erkend worden dat deze geschiedenis nog steeds een grote invloed heeft op wat wij beschouwen als ‘universele waarden en normen’. Bovendien is deze whitewashed geschiedenis van geweld nog steeds aanwezig: ze heeft ons huidig systeem van politiek, media, onderwijs etc gemaakt. En daarom is onrechtvaardigheid een structureel probleem.

Een doorlopende dekolonisatie van ons systeem én van ons gedachtegoed – wat zeer pijnlijk en confronterend zal zijn voor velen van ons – is nodig als startpunt voor een eerlijk, open en constructief gesprek over gemeenschappelijke doelen. Welke toekomst willen wij samen bouwen? Dit toekomstgericht gesprek kan niet plaatsvinden zonder eerst in de spiegel van het verleden en van het heden te kijken. Zonder dit dekoloniseringsproces zal het speelveld, zoals het huidig politiek systeem, nooit gelijk zijn. Tot dan zullen (sommige) Vlamingen de huidige waarden en normen nog steeds als eerlijk, objectief, neutraal en democratisch beschouwen en ze gebruiken om een onderscheid te maken tussen ‘wij’ en ‘zij’. Het is deze geproduceerde identiteitsconstructie die bepaalde argumenten ‘verantwoordt’ zoals: ‘nieuwkomers moeten zich aanpassen aan onze waarden en normen’.

In plaats van te vervallen in wij-zij-denken, zouden we allemaal samen moeten reflecteren over hoe deze ‘wij’ bestaat. Door welk geweld en welke onrechtvaardigheden is ze ingegeven? Willen we deze ‘wij’ nog behouden? Of moeten we ze anders construeren? Is het rechtvaardig om een verschil te maken tussen ‘wij’ en ‘zij’? Of is dit niet juist in contradictie met waarden die we misschien willen behouden, zoals gelijkheid, inclusie en solidariteit? Waarom willen we onze politieke gemeenschap, cultuur of tradities niet zien als iets dynamisch, veranderbaar? Zijn ze misschien een veiligheidsdeken? Wie beschermen ze en wie schaden ze?

Wat dus nodig is – en dit zal niemand die mijn werk kent verbazen – is een gemeenschappelijke wil om ons eigen verleden te dekoloniseren en dit als een eerste stap te zien om daarna een inclusief, constructief gesprek te voeren over welke toekomst wij – allemaal – willen. Daarom is deze brief geen pleidooi voor bepaalde substantiële waarden en normen, maar voor de nood aan een gemeenschappelijke procedure.

Hoogachtend,

Anya Topolski
‘Nieuwkomer’ in België

Mark Elchardus: “In een betoging zou ik achter de spandoek ‘minder normen, meer waarden’ lopen”

© Bob Van Mol

Mevrouw Topolski,

We kennen elkaar niet, maar debatteren binnenkort over waarden en normen. Ik verheug me daarop. Het is een belangrijk onderwerp. Spreken over waarden getuigt van respect. Het betekent immers dat men ervan uitgaat dat mensen handelen uit overtuiging, niet als mechaniekjes geconditioneerd door hun genen, geslacht, seksuele geaardheid, herkomst of sociale klasse. De opvattingen van de mensen worden uiteraard beïnvloed door hun ervaringen en dus door de omstandigheden waaronder zij leven, maar men respecteert hun waardigheid als men aanneemt dat wat zij zeggen niet wordt bepaald door hun man of vrouw, arm of rijk zijn, maar getuigt van hun overtuigingen en waarden.

Uiteraard stelt zich dan meteen de vraag over welke waarden en normen we het hebben. Naast de uiteindelijk triviale diversiteit die ontstaat door verschillen in pigment, seksuele geaardheid, nationaliteit van de ouders en andere particularismen, is er inderdaad de harde diversiteit van verschillen in waarden. Deze leiden al snel tot onverzoenbare tegenstellingen als ze verankerd zijn in verschillende opvattingen over de ultieme werkelijkheid: ligt deze in een goddelijke openbaring of daarentegen in een wetenschappelijk kenbare wereld? Men wordt dan al snel geconfronteerd met de tegenstelling tussen mensen die abortus gelijkstellen aan moord en mensen die de mogelijkheid van abortus beschouwen als een voorwaarde van waardig ouderschap. Die posities zijn onverzoenbaar. Men kan enkel hopen op een modus vivendi.

Ten gevolge van de terugkeer van de islam naar Europa en, in België althans, de toename van het aantal evangelicals, leven bevolkingsgroepen die goddelijke openbaring fundamentalistisch, letterlijk beleven in een samenleving die overwegend post-religieus is. Het aantal mensen dat gescheiden wordt door onverzoenbare tegenstellingen neemt daardoor toe en het vinden van een modus vivendi blijkt moeilijk. We zijn aangewezen op die twee onvolprezen waarden: respect en de wil om te begrijpen. Hoe zouden, neem nu, een fundamentalistische moslim en een Vlaams Belanger vredig kunnen samenleven als weinig mensen hun overtuigingen met respect benaderen, een inspanning leveren om ze te begrijpen, wachten met oordelen, zeker met veroordelen tot ze iets hebben begrepen? Spijtig genoeg leven we steeds meer in een maatschappij waar verschillen in opvattingen worden vervangen door de strijd van het Goede tegen het Kwade.  

Geloof en migratie zijn zeker niet de enige bron van harde diversiteit. Neem een instelling die van fundamenteel belang is voor onze rechten en vrijheden, de democratie. Zij bestaat uit twee componenten, volkssoevereiniteit en rechtsstaat: enerzijds regering van, voor en door het volk, anderzijds respect voor de rechten van individuen, desnoods tegen de meerderheid in. In feite zijn we daarover diep verdeeld. De liberale positie stelt dat de rechtsstaat, een aantal rechten zoals bijvoorbeeld vervat in verklaringen van de rechten van de mens, voorafgaat aan en boven de volkssoevereiniteit staat. De communautaire positie stelt daarentegen dat de opvatting die een gemeenschap heeft over wat goed en rechtvaardig is, voorafgaat aan rechten. Dat lijkt me het meest fundamentele, hedendaagse waardenconflict. Kan een democratie het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) bij het huisvuil zetten of kan zij slechts democratisch zijn binnen respect voor het EVRM?

Mensen in het sociaal-culturele werkveld liggen waarschijnlijk niet wakker van die vraag. Zij tobben over waarden omdat het decreet dat hun werk en subsidies regelt, verwijst naar de “gemeenschappelijke sokkel van waarden, fundamentele rechten en vrijheden” waarop die werking dient afgestemd. Dat decreet veronderstelt dus dat een gemeenschap ook effectief tot een gedeelde opvatting van het goede en rechtvaardige kan komen, dat er een gemeenschappelijke sokkel is.

Dat is ook mijn overtuiging. Als mensen beweren dat zij niet weten wat die gemeenschappelijke sokkel inhoudt, getuigt dat veeleer van slechte wil dan van onwetendheid. Europese samenlevingen delen immers een aantal belangrijke instituties die gericht zijn op het verwezenlijken van waarden, rechten en vrijheden: de volkssoevereiniteit en de rechtsstaat die samen democratie vormen, de verzorgingstaat, de seculiere staat en wetenschap als basis van kennis. We hebben niet allemaal precies dezelfde opvatting over hoe die instellingen er best uitzien, maar hun kerntrekken, de waarden, vrijheden en rechten die zij proberen te verwezenlijken zijn duidelijk. Zij vormen de ziel van onze samenleving. Die instituties tekenen ons als beschaving, geven aan met welke landen er affiniteiten en met welke andere er grote verschillen zijn.

Onderwijs en vorming moeten kennis van en liefde voor die instellingen bijbrengen, bijdragen tot de competentie van alle burgers om met die instellingen te leven en ze verder te ontplooien. Dat is een zware opdracht, controversieel ook. Zij kan leraars het leven kosten. Zij lijkt me in de eerste plaats ook een opdracht voor het onderwijs. De bijdrage die de sociaal-culturele sector daaraan levert zal eerder bescheiden zijn. Voor die sector zijn er andere, even belangrijke manieren om gemeenschap te scheppen.

Mensen spreken vaak over “waarden delen” terwijl zij eigenlijk bedoelen “een levenswijze delen”. We kunnen opname in een levenswijze vergelijken met de opleiding van spionnen. Geheime diensten sturen een spion niet het veld in met enkel de kennis van een lijst waarden, fundamentele rechten en vrijheden. Men leert hem de namen van belangrijke voetbalploegen en spelers, van de populaire zangers en rappers; anekdotes over de school die hij zogezegd heeft bezocht, de stad waarin hij beweert te zijn opgegroeid. De spion moet weten welke televisieprogramma’s populair waren tijdens zijn kinderjaren. Men stuurt geen spion naar België zonder dat hij weet wat een flipperkast is, een Cristalleke, het verschil tussen de Aldi en de Delhaize kent … Men leert dat allemaal als vanzelf als men ergens opgroeit en niet gesegregeerd leeft.

Het is duidelijk dat men niet elke nieuwkomer kan trainen zoals men dat met spionnen doet. De vergelijking tussen de opleiding van een spion en de opname van een nieuwkomer gaat trouwens niet helemaal op omdat dit laatste een proces van wederzijdse aanpassing is. De vergelijking helpt echter voldoende om te beseffen dat het leven delen veruit de beste manier is om te leren hoe men de dingen hier doet, maar delen met de ingesteldheid het echt te willen delen. Het is die ingesteldheid die telt, zowel voor de zogeheten autochtonen als allochtonen: welwillend deelnemen aan het leven van de gemeenschap. Dat is de eerste bouwsteen van gemeenschappelijkheid, het fundament van een gemeenschap van waarden, rechten en vrijheden. De verdeeldheid, vervreemding en vijandigheid die we vandaag in onze samenleving zien, toont aan dat dit fundament ontbreekt.

Bij een aantal mensen wordt een schrijnend gebrek aan welwillendheid, aan kennis van en liefde voor onze instituties en hun geschiedenis gecompenseerd met een overdosis activisme. De “dominante cultuur”, dat geheel van de activiteiten waarmee wij onszelf over de generaties hebben gevormd, waarin wij ons herkennen, waarin we onze kinderen willen vormen, wordt dan gereduceerd tot kolonialisme, patriarchaat, homofobie en onderdrukking …kortom, tot alles wat afkeurenswaardig is. Het sociaal-cultureel werk zou zich tegen dat aanzwengelen van zelfhaat moeten verzetten. Het geen ruimte gunnen in haar midden en actief bestrijden.

Daarnaast dient de omgang met waarden en normen er vooral op gericht te zijn normgebondenheid te ruilen voor waardensturing. Ik hou niet van de uitdrukkig “waarden en normen”. In een betoging zou ik achter de spandoek “minder normen, meer waarden” lopen. Als mensen normgebonden leven en zij hebben verschillende normen is het risico op conflict groot. Mensen vinden elkaar gemakkelijker rond waarden als rechtvaardigheid, eerlijkheid, vlijt, verantwoordelijkheidszin, vooruitziendheid…  Overstappen van normen op waarden is bijvoorbeeld overstappen van ‘s vrijdags vis eten of vasten tijdens de ramadan op een waarde als soberheid, die men dan kan nastreven, rekening houdend met de omstandigheden.

Een kritische, volwassen geest betekent in onze cultuur dat we voorschriften, regels en normen nooit als vanzelfsprekend, op gezag aanvaarden, maar steeds de vraag stellen: waarom? En het antwoord kan niet zijn: omdat we dat nu eenmaal zo doen of omdat god het zo wil. Het antwoord is een waarde die we willen delen. We onderbreken niemand, omdat we eerst willen luisteren vooraleer we een oordeel uitspreken. Er geldt opkomstplicht bij verkiezingen omdat we zoveel mogelijk mensen willen laten deelnemen, omdat de stem van iedereen telt. Gedurende één maand per jaar eet ik geen zoetigheden, geen rijke schotels, eet ik karig, omdat ik de waarde soberheid wil huldigen. Over de oorsprong van wat we waardevol achten kunnen we verschillen, maar in het publieke debat verantwoorden we normen in termen van waarden.

Tot binnenkort, vriendelijke groet,

Mark Elchardus

Over de auteurs

Anya  Topolski is professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is de auteur van verschillende wetenschappelijke werken zoals Arendt, Levinas and a Politics of Relationality en Is there a Judeo-Christian Tradition? A European Perspective. Ze is tevens oprichtster van Een andere Joodse Stem.  

Mark  Elchardus is professor aan de VUB. Zijn specialisaties zijn cultuursociologie, hedendaagse ontwikkelingen van opvattingen, houdingen en wijzen van denken en voelen, sociologie van de tijdsordening en democratie. Hij publiceerde onder meer De Dramademocratie en Voorbij het narratief van neergang.  

Over de Trefweek

De Trefdag is normaal gezien hét jaarlijkse netwerkmoment van de sociaal-culturele sector. Dit jaar daagde corona ons uit om wat creatiever te zijn. Het resultaat: een gratis online event dat een week duurde met verschillende Zoomdebatten, webinars, informele netwerkmomenten en nabesprekingen. Je kan alle sessies gratis herbekijken op trefweek2020.socius.be/herbekijk.


Hilke Charels

Hilke Charels

Scroll naar top