nov
19
2014

Peer-to-peer in het sociaal-cultureel volwassenen­werk?

Burgerinitiatief

Blog

Op maandag 13 oktober trokken we met de Karavaan naar een lezing over het peer-to-peer systeem van Michel Bauwens georganiseerd door Oikos in Leuven. Vooraf bespraken we in kleine groep welke kansen en mogelijkheden dit model voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk kan bieden en welke rol onze sector kan spelen binnen dit systeem.

Wat is peer-to-peer?

Eerst en vooral moeten we scherp krijgen wat een peer-to-peer systeem nu precies is. Peer-to-peer betekent letterlijk “van gelijke tot gelijke”. Volgens Michel Bauwens gaat het om een sociale structuur waar men als gelijken (peers) samen waarde(n) creëert: men produceert samen kennis, ontwerpen, gemeengoed (commons)… . Concreet gebeurt dit door als gemeenschap van mensen te delen met een systeem, door als gelijken (peers) een bijdrage te leveren in het ontwikkelen van gemeengoed en dit gemeengoed vrij beschikbaar te houden voor iedereen. Internationaal bekende voorbeelden zijn Wikipedia (open kennis) of Linux (open source software).

Enkele belangrijke kenmerken

Producent + User = “Produser”

Eén van de centrale en unieke kenmerken van het peer-to-peer systeem is de gedachte dat je tegelijkertijd maker en gebruiker bent van het gemeengoed. Bauwens introduceert hier het nieuwe begrip “produser”. Je bent niet meer een passieve consument van een bepaald product, maar maakt het je eigen om het te verbeteren en deelt jouw bijdrage vervolgens met de rest van de gemeenschap.

Iedereen kan iets!

Je deelt, creëert, produceert als peer zonder toestemming van bovenaf. Je gaat een relatie aan met het gemeengoed buiten elke vorm van hiërarchie. Iedereen kan bijdragen. Peer-to-peer gaat dan ook sterk uit van de gedachte dat iedereen iets kan, dat iedereen wel ergens goed in is en dat de ene niet beter is dan de ander. Je hoeft geen diploma’s of bekwaamheidsattesten te hebben om een bijdrage te leveren. Mensen hebben verschillende capaciteiten, vaardigheden en voorkeuren. En omdat het peer-to-peer systeem vaak een modulair systeem is, kan iedereen bijdragen al naar gelang zijn capaciteiten en dit koppelen aan welbepaalde taken van het project.

Openheid en transparantie tegen sociale ongelijkheid

Peer-to-peer is een systeem dat open, zichtbaar en transparant is voor iedereen en het gemeengoed dat door het peer-to-peer netwerk wordt gecreëerd is voor iedereen beschikbaar. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de commerciële wereld waar alleen de top van een bedrijf over alle kennis beschikt en beslist wat ermee zal gebeuren. Door kennis te delen en open te stellen voor iedereen stellen peer-to-peer netwerken deze instandhouding van sociale ongelijkheid (want kennis is macht) ter discussie.

De civiele maatschappij wordt productief!

Elke burger kan een bijdrage leveren aan het gemeengoed. De bijdrage die je levert gebeurt volledig op vrijwillige basis en je motivatie is als het ware intrinsiek. Je produceert niet om er geld voor te krijgen, je produceert mee omwille van een zekere betrokkenheid op het gemeengoed. Dankzij peer-to-peer wordt de civiele maatschappij dus productief.

Van een a-sociaal systeem naar win-win-win-win!

In tegenstelling tot het kapitalistisch systeem waar men bij de uitwisseling van gelijke waarden tussen koper en verkoper geen rekening houdt met externe effecten van deze transactie (ik kan iemand wapens verkopen, maar wat ermee gebeurt, zijn mijn zaken niet), wentelt het peer-to-peer systeem de externe kosten niet af op de samenleving. Hier werken mensen samen om bij te dragen tot een sociaal doel. Niet alleen de partijen die bijdragen winnen hierbij (win-win), maar ook de hele groep (win-win-win) en zelfs de hele samenleving (win-win-win-win).

Verschillende vormen van peer-to-peer systemen

Er bestaan vandaag de dag tal van verschillende peer-to-peer initiatieven en systemen. Het is verhelderend om deze verschillende initiatieven van elkaar te onderscheiden om zo te bepalen wat onze rol als sociaal-culturele sector kan zijn om deze al of niet te versterken, ondersteunen, stimuleren… .

Michel Bauwens definieert in zijn boek vier verschillende vormen van peer-to-peer systemen. De verschillen spelen zich af op twee assen: De eerste as geeft weer in hoeverre een systeem op één centrale plaats beheerd wordt, dan niet gedecentraliseerd of horizontaal is qua structuur. De tweede as geeft de intentie van het systeem weer: van winst gedreven systemen tot systemen die trachten een specifieke sociale doelstelling te realiseren.

Hierdoor worden er vier domeinen gevormd:

Netarchisch kapitaal

Het eerste domein wordt gekenmerkt door centrale controle van het peer-to-peernetwerk door zuiver commerciële bedrijven. Voorbeelden zijn Facebook, Google, YouTube. Deze bedrijven investeren kapitaal in sociale netwerken en platformen waar mensen (peers) zaken gaan delen en produceren. Het ‘front-end’ kan peer-to-peer zijn, de ‘back-end’ van deze platformen wordt centraal gecontroleerd en geëxploiteerd door de investeerders. De ‘peers’ produceren de waarde, maar de investeerders verkopen de data van deze gebruikers en gaan met de winst lopen.

Het verspreid kapitalisme

Het tweede domein is een decentraal maar winst gedreven systeem. De drijfveer is nog steeds verdienen. Voorbeelden zijn peer-to-peermarktplaatsen zoals Airbnb, Ebay, … . Deze systemen laten mensen toe geld te verdienen door bijvoorbeeld een logeerkamer te verhuren of spullen tweedehands te verkopen. Het gaat hier om systemen die individuele transacties mogelijk maken zonder monopolievorming. Gebruikers krijgen meer greep op de ruilwaarde.

Lokale veerkracht

In het derde domein vinden we de decentrale gemeenschapsgerichte systemen terug. Deze systemen bevinden zich traditioneel in de transitie-sfeer. Voorbeelden van deze systemen zijn zaken als stadslandbouwgroepen, buurttuinen, alternatieve (lokale) munten of collectieve aankoopsgroepen. Het doel van deze systemen is het uitbouwen van een veerkrachtige lokale gemeenschap. Het gaat hier om belangrijke lokale ontwikkelingen, maar je mag hierbij volgens Bauwens het globale systeem niet uit het oog verliezen. Er zijn namelijk tal van problemen die je plaatselijk niet kunt oplossen en waarvoor globale commons nodig zijn. We moeten volgens Bauwens op elk niveau sociale en politieke krachten opbouwen: lokaal, regionaal, continentaal en globaal.

Global Commons

Een global commons-systeem is een systeem dat op een centrale plaats georganiseerd wordt maar met als doel de gebruikers in staat te stellen van de diensten gebruik te maken. Een goed voorbeeld hiervan is Couchsurfing. De waarde van het systeem wordt gegenereerd door de gebruikers, en output van het systeem staat ook ten dienste van de gebruikers (niet per se dezelfde gebruikers). Couchsurfing is wat Michel Bauwens omschrijft als een globaal-lokaal systeem. Het systeem is wereldwijd universeel, maar de output is erg lokaal gericht.

De P2P Foundation

Het standpunt dat Bauwens verdedigt is dat we vooral aandacht moeten hebben voor de ontwikkeling van deze Global Commons. We moeten wereldwijd samenwerken op het vlak van kennis, ideeën, wetenschap, cultuur, … . Maar we moeten plaatselijk een productieapparaat uitbouwen om zo veel mogelijk lokaal te produceren. De regel is: alles wat ‘zwaar’ is, moet lokaal; wat ‘licht’ is, moet globaal! Dat is ook de rol die de P2P Foundation van Bauwens wil spelen. De P2P Foundation is een wereldwijde gemeenschap van onderzoekers en activisten die peer-to-peer bestuderen en promoten. Als katalysator zorgt de Stichting dat er een structuur of platform is zodat mensen kunnen bijdragen.

De P2P Foundation stelt ook een innovatieve licentie voor die wederkerigheid in de markt wil introduceren en ervoor zorgt dat de gebruikswaarde die de gemeenschap voortbrengt niet zomaar gekaapt kan worden door zuiver commercieel gerichte bedrijven. De commons blijven vrij beschikbaar voor iedereen die ertoe bijdraagt, inclusief ethische bedrijven die zich inzetten voor sociale en maatschappelijke doelen. Een kapitalistisch bedrijf moet betalen voor de gebruikswaarde. Op die manier komt er ook een financiële stroom op gang ten gunste van de organisatie die de commons beschermt en beheert.

Kwesties voor het sociaal-cultureel werk?

Onze sector belichaamt zeer sterk enkele van de eerder vermelde kenmerken van P2Pnetwerken (eigenaarschap als uitgangspunt, de gedachte dat iedereen wel ergens goed in is, openheid en transparantie, strijden tegen sociale ongelijkheid…). Onze sector is ook sterk in het ondersteunen en stimuleren van lokale veerkracht (het derde domein van het kwadrant).

Waar we echter nog heel wat te leren hebben en nog een weg te gaan hebben, is volgens Bauwens hoe we van deze lokale veerkracht naar de Global Commons kunnen gaan. Overal poppen verschillende kleinschalige initiatieven op. Sterk initiatieven. Maar spelen wij als sociaal-culturele organisaties ook geen rol in het opschalen en zichtbaar maken van deze initiatieven? Veel organisaties zijn sterk in het versterken van de lokale veerkracht, maar hebben misschien minder slagkracht om een grotere zichtbaarheid te creëren.

De boodschap die Bauwens geeft, is “Kijk naar elkaar, versterk elkaar en laat al de verschillende initiatieven samenwerken en samenstromen!” Stel sociale charters op, richt een massatijdschrift op, oefen druk uit op de wereld van politici… . En moeten wij als sector misschien een gelijkaardige rol opnemen als die van P2P Foundation… ?

Literatuur


Emilie Van Daele

Emilie Van Daele

Scroll naar top