In de EU vallen autoritaire bewegingen steeds vaker progressieve ngo’s aan. Op allerlei manieren proberen ze organisaties die zich inzetten voor o.a. milieu, migratie, gelijkheid en anti-corruptie zwart te maken. Maar kunnen zulke aanvallen op steun rekenen van het publiek.

Onderzoek van Liberties in vier landen (Zweden, Italië, Kroatië en Hongarije) laat alvast een genuanceerder beeld zien. De groep ‘twijfelaars’ (mensen zonder sterke mening) weet eigenlijk weinig over ngo’s en hun werk. Negatieve campagnes beïnvloeden hen wel, maar slechts beperkt en oppervlakkig. Belangrijk: met de juiste communicatie kunnen hun negatieve indrukken snel omslaan naar steun.

Wat werkt volgens het onderzoek?

  • Toon collectieve actie: laat zien hoe gewone mensen samenkomen (protesten, vrijwilligerswerk, donaties).
  • Gebruik historische voorbeelden: benadruk hoe gezamenlijke actie vroeger tot positieve veranderingen leidde.
  • Verbind met waarden van het publiek: leg uit hoe de doelen van ngo’s aansluiten bij wat mensen belangrijk vinden.
  • Gebruik eenvoudige, concrete taal.
  • Leg uit waarom een probleem relevant is voor het dagelijks leven van mensen.
  • Benadruk voordelen (bijv. natuur als plek voor familie, bescherming tegen extreem weer).
  • Stimuleer empathie, vooral bij gevoelige thema’s zoals migratie.

Publieke steun voor ngo’s kan dus groeien bij een meer duidelijke, menselijkere en positievere communicatie die beter aansluit bij de waarden en leefwereld van twijfelaars.