
Onderzoeker en schrijver Paola Verhaert over digitale rechtvaardigheid
“Ik wil technologie zichtbaar maken als een politiek domein, en burgers overtuigen dat zij hier zeggenschap in hebben”, zegt Paola Verhaert. De Brusselse onderzoeker en schrijver wil af van het idee dat technologie ons zomaar overkomt. Het is iets wat we samen vormgeven. Al te vaak ziet ze hoe burgers (machteloos) toekijken terwijl technologieën hun dagelijks leven bepalen. Haar boek Technologie is politiek is een pleidooi voor digitale rechtvaardigheid. Paola vertelt hoe sociaal-culturele organisaties een rol kunnen opnemen, welke keuzes vandaag dringend zijn en welke hoop ze koestert voor de digitale toekomst.
Paola heeft een zin die als een mantra door haar werk loopt: technologie is politiek. Een andere manier om naar de digitale wereld te kijken, want zijn computers, algoritmes of apps niet gewoon hulpmiddelen? “Dat idee is net het probleem”, steekt ze van wal. “We zien digitale toepassingen als neutrale snufjes, terwijl ze in werkelijkheid doordrenkt zijn van politieke keuzes. Ze bepalen wie toegang krijgt, wie uitgesloten wordt, wie inspraak heeft en wie macht verliest.”
Al tien jaar onderzoekt Paola hoe technologie onze samenleving vormt, in combinatie met sociale rechtvaardigheid. Ze begeleidde verschillende internationale middenveldorganisaties bij het begrijpen van digitale ontwikkelingen, de impact van opkomende technologieën op hun werk en het versterken van hun capaciteiten. Later verdiepte ze zich in academisch onderzoek naar digitale ongelijkheid en publiek beleid daarrond. In november 2025 verscheen haar boek Technologie is politiek: De strijd voor digitale rechtvaardigheid. In dat essay onderzoekt ze waarom er zoveel digitaal onrecht plaatsvindt in onze samenleving en hoe het anders kan.
Het inzicht dat alles politiek is
Paola is historica, en dat merk je aan de manier waarop ze technologie bekijkt: niet als iets nieuws of neutraals, maar als een resultaat van keuzes. “Elke digitale omwenteling bouwt verder op eerdere beslissingen. Dat inzicht maakt duidelijk dat ook de huidige digitalisering niet vanzelf ontstaat, maar gestuurd wordt.”
Vroeger moest ze voortdurend duidelijk maken dat technologie niet neutraal is, nu is dat makkelijker. “Sinds de tweede ambtstermijn van Trump, en de groeiende rol van sociale media in het bepalen van de politieke actualiteit, beginnen burgers in te zien hoe grote techbedrijven niet alleen economische, maar ook politieke macht hebben. En hoe ze de samenleving mee vormgeven.”
De valkuil van de digitale sneltrein
Een beeld dat haar stoort, is dat van de ‘digitale sneltrein’. Beleidsnota’s, speeches, persberichten …: telkens duikt de metafoor op. “Die trein rijdt zogezegd vanzelf, en burgers moeten enkel instappen. Anders dreigen ze achter te blijven”, legt Paola uit. “Het schept de indruk dat digitale evoluties niet te stoppen zijn. Niet twijfelen, maar volgen. Er is geen andere keuze. Dat creëert FOMO (Fear Of Missing Out). Maar die boodschap klopt niet. Digitale ontwikkelingen ontstaan niet vanzelf, ze worden gestuurd. Overheden investeren miljarden publiek geld in digitale technologieën zoals AI, bedrijven maken bewuste keuzes over hun digitale producten. Dat zijn politieke beslissingen.”
Volgens Paola ligt de oorsprong van die metafoor in de jaren negentig, toen het internet zijn intrede deed en de rol van burgers werd ingevuld. “Beleidsmakers keken naar de ontwikkeling van digitale technologieën vanuit een louter economische logica. Men wilde vooral een digitale economie ontwikkelen. Burgers moesten ‘mee’ zijn, digitaal vaardig genoeg om te werken en te consumeren. Tegelijk bleven zaken zoals democratische inspraak en participatie in de ontwikkeling van digitale technologieën buiten beeld.” Het gevolg: een samenleving waarin digitalisering wordt ervaren als iets dat ons overkomt. “Dat gevoel van machteloosheid is dus geen toeval, het is een gevolg van die politieke visie.”
“Ik zie twee rollen voor sociaal-culturele organisaties. Eén: stop met het depolitiseren van technologie. Twee: speel je rol als schakel naar burgers.”
De rol van sociaal-cultureel werk
Tijd om dat patroon te doorbreken. Ligt daar een rol voor sociaal-culturele organisaties? “Absoluut”, klinkt het stellig. “Ook al is het geen gemakkelijke opdracht, toch zie ik twee rollen. Eén: stop met het depolitiseren van technologie. Kijk vanuit een kritische blik naar de manier waarop je organisatie gebruik maakt van technologie en stel je de vraag: welke tools gebruiken we? Hoe verhouden die zich tegenover onze waarden?”
“Twee: speel je rol als schakel naar burgers. Vertel dat digitale rechtvaardigheid geen technisch, maar een politiek thema is. Iedereen komt in aanraking met technologie, en dus heeft iedereen recht op inspraak over de vormgeving van technologie. Net als economie of sociaal beleid is technologie een domein waarin burgers zeggenschap moeten krijgen. Mensen hoeven geen programmeurs te zijn om hun stem te laten horen. De sector kan burgers bewust maken en tonen dat hun ervaringen tellen. En dat ze dus niet alleen moeten bijbenen.”
Burgers in beweging
Hoe dat eruit kan zien, illustreert ze met een verhaal uit Spanje. In het dorp Talavera de la Reina, dat kampt met droogte, werd de bouw van een groot datacenter aangekondigd om nieuwe AI-technologieën mogelijk te maken. De inwoners realiseerden zich snel wat dat betekende: een enorme aanslag op hun fauna, flora, lokale water- en elektriciteitsvoorziening. “Ze hebben zich verzet. Ze organiseerden zich, legden elkaar uit wat de gevolgen waren, en bundelden de krachten met milieuorganisaties”, vertelt Paola. “Zo groeide een lokale actie uit tot een nationale beweging.”
Voor haar toont dat hoe digitale rechtvaardigheid verweven is met andere strijdpunten zoals milieu, energie en democratie. “Wereldwijd ontstaan dergelijke conflicten. Technologie is nooit een eiland. Het grijpt altijd in op bredere maatschappelijke kwesties. In België doet de Liga voor Mensenrechten daar bijvoorbeeld interessant werk rond.”
Het politieke zichtbaar maken
Volgens Paola is het zichtbaar maken van de politieke aard van technologie geen middel om mensen af te schrikken, maar net een uitnodiging. “Als burgers inzien: ‘dit is politiek’, dan trekken ze het zich misschien meer aan en zien ze zichzelf in staat om voor betere vormen van technologie te strijden.”
Enerzijds gaat het over alledaagse keuzes. “Waarom gebruik ik Facebook als ik weet dat Meta op een problematische manier met data omgaat? Dat is concrete manier om naar ons eigen technologiegebruik te kijken en na te denken: is dat in de lijn met mijn waarden?”
Anderzijds gaat het verder dan individuele keuzes die we als consument maken. Het gaat ook over het beleid kritisch onder de loep te nemen. “Er wordt vaak gezegd dat digitaal beleid vooral een Europese aangelegenheid is, maar ook in België worden actieve beleidskeuzes gemaakt om bepaalde technologieën te gebruiken. Zo kondigde de federale regering onlangs aan dat ze algoritmen gaat inzetten voor fiscale fraudebestrijding.
Dat soort beslissingen moet worden onderworpen aan kritisch onderzoek, ook vanuit de sociaal-culturele sector. Momenteel zie ik nog te weinig tegenspraak op het digitale beleid in België. Dat neemt niet weg dat we ook het Europese beleid moeten opvolgen en evalueren. Maar het is geen of-of-verhaal.”
Waarom WhatsApp ook politiek is
Veel organisaties botsen op het spanningsveld tussen waarden en bereik. Ze zoeken alternatieve platformen, omdat hun huidige keuzes niet meer passen bij hun waarden. Maar er leeft ook een vrees: als ze die platformen verlaten, dan verdwijnt hun stem of dan bereiken ze hun achterban niet meer. “Zelf gebruik ik soms nog WhatsApp”, geeft Paola toe. “Omdat sommige contacten nog niet zijn overgestapt naar alternatieven zoals Signal. Maar verandering is mogelijk. Ooit gebruikte bijna niemand WhatsApp, nu bijna iedereen. Er was een tijd dat we geen Facebook-profiel hadden. Hetzelfde kan gebeuren in de omgekeerde richting.”
Belangrijk is volgens haar dat organisaties het gesprek durven voeren. “Het gaat niet om een radicale breuk van de ene dag op de andere. Wel om bewustzijn creëren en stap voor stap richting keuzes bewegen die aansluiten bij de prioriteiten en waarden van de organisatie. Ik ben in ieder geval heel blij dat we hier nu een publiek debat over voeren.”
AI: omwenteling on steroids
En dan is er nog generatieve AI. “Enerzijds lijkt dat een omwenteling ‘on steroids’: de snelheid en schaal van de AI-boom is ongezien. Anderzijds kan net dat mensen wakker schudden. Mensen zien in dat verhaal de effecten van het kritiekloos omarmen van nieuwe technologieën. De AI-boom maakt net heel zichtbaar dat die technologieën niet uit de lucht komen vallen, maar hoe afhankelijk we zijn van politieke keuzes. Overheden en bedrijven investeren gigantische bedragen, het is bijna een wedloop, vaak zonder breed maatschappelijk debat. Misschien kan AI de trigger zijn voor een breder gesprek over digitale democratie.
“Digitale inclusie zou ook moeten betekenen: begrijpen waar technologie vandaan komt, welke impact ze heeft, en je stem kunnen laten horen.”
Van digitale kloof naar digitale rechtvaardigheid
Paola is kritisch voor de term ‘digitale kloof’. Die suggereert een binaire vorm van denken: je er ofwel bij of niet. “Iedereen in België komt in aanraking met digitale technologieën, of je dat nu wil of niet. Zelfs wie zogezegd ‘niet mee’ is, leeft er dagelijks onder. Bovendien zijn er ook constant nieuwe vereisten om ‘mee’ te zijn. En wie bepaalt wat ‘mee zijn’ is?”
Beleidsmatig is dat vaak vertaald in toegang geven tot computers en basisvaardigheden zoals kunnen werken met Excel of e-mail. Te beperkt, vindt ze. “Digitale inclusie zou ook moeten betekenen: begrijpen waar technologie vandaan komt, welke impact ze heeft, en je stem kunnen laten horen. Het gaat om gelijkwaardige participatie, om mee vormgeven, om ruimte voor de inspraak. Enkel focussen op functionele digitale vaardigheden volstaat niet.”
Daarom spreekt Paola over digitale rechtvaardigheid. Ze verwijst naar de Amerikaanse filosofe Nancy Fraser, die rechtvaardigheid definieert op basis van het principe van parity of participation: het principe dat iedereen volwaardig moet kunnen deelnemen. “Ook digitale rechtvaardigheid draait om gelijkwaardige participatie: mensen moeten niet alleen toegang hebben, maar ook inspraak hebben.”
“Als we willen dat de samenleving rechtvaardig is, dan moeten we ervoor zorgen dat iedereen op een gelijkwaardige manier kan participeren op verschillende domeinen: economisch, cultureel, politiek … Economisch kan het gaan om toegang tot middelen zoals een computer. Maar wat is een computer als je je elektriciteitsfactuur niet kan betalen? We moeten veel verder kijken dan louter functionele en digitale aspecten. Wat zijn de voorwaarden zodat iedereen zeggenschap kan uitoefenen over de evolutie en de toekomst van de digitale samenleving? Dat moet ons niet zomaar worden opgelegd. Dat moeten we zelf in handen nemen.
Waarom iedereen expert is in technologie
Een vaak vergeten bron van kennis: de ervaring van burgers zelf. “Iedereen is expert in zijn eigen omgang met technologie”, benadrukt Paola. “Mensen in armoede bijvoorbeeld worden voortdurend geconfronteerd met digitale controles en registraties. Een alleenstaande moeder die worstelt met digitale loketten, weet perfect wat de pijnpunten zijn. Alleen wordt zij zelden erkend als expert.”
Ze verwijst naar politicologe Virginia Eubanks, die participatief onderzoek deed met sociaal werkers en personen in armoede. “Hun inzichten waren waardevol voor het begrijpen van de impact van technologie. Ook al gebruikten ze niet het jargon of technische termen.”
Voor Paola is het dan ook essentieel om die expertise een plaats te geven. “Digitale rechtvaardigheid kan pas bestaan als we de stemmen van alle burgers serieus nemen.”
“Technologie overkomt ons niet. Ze wordt gemaakt, gestuurd, gefinancierd …”
Niet optimistisch, wel hoopvol
Hoe kijkt ze naar de toekomst? “Ik ben geen grote optimist, maar ik blijf hoopvol”, lacht ze. “De macht van techbedrijven zal niet snel verdwijnen. Ze zullen op een invasieve manier hun producten opdringen aan gebruikers. Toch zie ik ruimte voor alternatieven: bijvoorbeeld technologie die in publieke handen is en mee vorm krijgt door burgers. Op Europees niveau ontstaan kiemen en in steden zoals Amsterdam experimenteert men met technologische toepassingen die worden gebouwd op basis van publieke waarden. Dat moet groeien.”
Ze gelooft in een tweesporenmodel. Enerzijds blijft er waarschijnlijk een economische wedloop. Anderzijds hoopt ze op een parellel spoor van waardengedreven en democratische technologieën, die niet in handen zijn van monopolies, maar van ons allemaal. “Een groeiende groep mensen begrijpt dat er een democratisch tekort is in hoe de digitale samenleving tot stand is gekomen. En AI biedt een kantelpunt. Misschien is dit wel het moment om dat democratische tekort aan te pakken.”
Een democratisering van de digitale samenleving
Met haar boek Technologie is politiek brengt Paola een helder pleidooi: digitalisering is een democratisch project. Burgers zijn geen passieve passagiers in een sneltrein die vanzelf rijdt, maar hebben het recht om mee te beslissen waar die heen gaat. “Het is tijd dat we stoppen met ons neer te leggen bij wat zogezegd onvermijdelijk is”, besluit ze. “Technologie overkomt ons niet. Ze wordt gemaakt, gestuurd, gefinancierd … Dat betekent dat ze ook veranderd kan worden. En dat recht om mee te sturen, dat recht op digitale rechtvaardigheid, geldt voor iedereen.”
Paola Verhaert doet al tien jaar onderzoek op het snijvlak van technologie en sociale rechtvaardigheid, zowel bij middenveld-organisaties als in de academische wereld. In 2024 werd ze door Vlaams-Nederlands Huis deBuren en het Hannah Arendt Instituut uitgeroepen tot Scherpsteller, met als opdracht om gedurende twee jaar scherp te stellen op maatschappelijke ontwikkelingen. In november 2025 verscheen haar eerste boek, getiteld Technologie is politiek: De strijd voor digitale rechtvaardigheid bij uitgeverij Letterwerk. Meer info: https://www.paolaverhaert.be/
Dit artikel verscheen in ons magazine Omgaan met verschil (2025).


