Rollen en functies

  1. Decreet, memorie van toelichting en besluit van de Vlaamse Regering
  2. Hoe moet je de sociaal-culturele rollen en functies begrijpen?
  3. Ondersteuning

Om binnen de civiele samenleving een onderscheid te kunnen maken tussen sociaal-culturele volwassenenorganisaties en andere middenveldspelers, moet elke organisatie aantonen dat ze in de samenleving de verbindende, de kritische en de laboratoriumrol opneemt en dit doet door doelgericht en methodisch praktijken op te zetten waarbinnen zich een mix van leerprocessen, gemeenschapsvormende processen, maatschappelijke bewegingsprocessen en/of cultuurprocessen afspelen.

1. Decreet, memorie van toelichting en besluit van de Vlaamse Regering

Wat zegt de memorie van toelichting?

Sociaal-culturele volwassenenorganisaties maken deel uit van de civiele samenleving. Ze nemen van hieruit drie rollen op in de samenleving: de verbindende rol, de kritische rol en de laboratoriumrol. Het is in de combinatie van deze drie rollen dat sociaal-culturele volwassenenorganisaties zich een positie toe-eigenen als culturele spelers en zich onderscheiden van andere maatschappelijke spelers:

  • In een samenleving gekenmerkt door groeiende diversiteit is het inzetten op ontmoeting, interactie, dialoog en sociale samenhang cruciaal. Met het opnemen van de verbindende rol werken sociaal-culturele volwassenenorganisaties aan processen van verbinding tussen burgers, groepen en gemeenschappen en dragen zo bij aan het versterken daarvan, aan wederzijdse erkenning, vertrouwen en wederkerigheid.
  • Een samenleving is nooit af. Bewustwording, het benoemen van samenlevingskwesties door burgers en het verbeelden van een gewenste toekomst zijn cruciaal in een democratie in actie. Met het opnemen van de kritische rol werken sociaal-culturele volwassenenorganisaties aan processen waarin individuen, groepen en gemeenschappen kritisch kijken naar en reflecteren over cultuur en de vormgeving van de samenleving en het publieke debat voeden. Het voeden van het publieke debat kan zich, afhankelijk van het DNA van de organisatie, op verschillende manieren voltrekken: sommige sociaal-culturele volwassenenorganisaties nemen rechtsreeks deel aan het publieke debat door expliciet een standpunt in te nemen over maatschappelijke kwesties. Andere organisaties nemen onrechtstreeks deel aan het publieke debat door vorming en informatieverschaffing, met als doel om mensen te versterken opdat zijzelf (beter) in staat zijn de publieke dialoog te voeren. Andere organisaties kiezen dan weer voor een combinatie van beide methodieken.
  • Burgers formuleren en introduceren dikwijls nieuwe benaderingen in antwoord op maatschappelijke uitdagingen. Ze dragen zo bij aan maatschappelijke vernieuwing. Met het opnemen van de laboratoriumrol werken sociaal-culturele organisaties aan processen van maatschappelijke innovatie. Om een antwoord te bieden op complexe samenlevingsvraagstukken experimenteren ze met nieuwe maatschappelijke spelregels en zetten ze mensen, groepen, organisaties en gemeenschappen aan om maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden. Net zoals in een echt labo staat het experiment centraal bij de laboratoriumrol.

De drie sociaal-culturele rollen definiëren samen de identiteit van het sociaal-cultureel volwassenenwerk binnen de civiele samenleving. Dit betekent dat sociaal-culturele volwassenenorganisaties alle rollen moeten vervullen. Dit sluit niet uit dat organisaties vanuit hun missie en visie voor een genuanceerde verhouding tussen de drie rollen kunnen kiezen, waarbij aan elke rol een gewicht kan worden toegekend.

Uiteraard moeten de sociaal-culturele rollen vervuld worden als bijdrage aan en met respect voor de doelstelling van het ontwerp van decreet, in het bijzonder de gemeenschappelijke sokkel van waarden en in het algemeen voor de principes en regels van de democratie en het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens.

Om de sociaal-culturele rollen waar te maken zetten sociaal-culturele volwassenenorganisaties doelgericht en methodisch onderbouwd in op een mix van veranderingsprocessen, de sociaal-culturele functies genoemd: de cultuurfunctie, de leerfunctie, de maatschappelijke bewegingsfunctie, en de gemeenschapsvormende functie. Deze functies zijn en blijven de pijlers waar de vele praktijken in het sociaal-cultureel volwassenenwerk op steunen waardoor ze het uitzicht van deze organisaties in hoge mate bepalen. Dit beleidskader erkent uiteraard ook het belang van de ontmoetings- en ontspanningsfunctie in sociaal-culturele praktijken maar beschouwt deze niet als een onderscheidende functie.

Het civiele perspectief als uitgangspunt nemen voor dit decreet brengt met zich mee dat de organisaties de nodige ruimte moeten krijgen om zelf dynamisch en toekomstgericht hun vorm en verdere ontwikkeling te bepalen. Het is vandaag namelijk niet mogelijk om de ‘verschijningsvormen van de toekomst’ voor sociaal-culturele praktijken en organisaties precies te voorspellen. Nieuwe of hybride praktijken ontwikkelen moet dus mogelijk zijn. Organisaties kunnen daarom zelf vrij die functiemix kiezen die het beste kan ingezet worden om hun eigen missie en werking te realiseren. Deze keuze kan evolueren doorheen de tijd en per beleidsperiode, bij een nieuwe subsidieaanvraag, veranderen. Dit decreet legt de verantwoordelijkheid bij de sociaal-culturele volwassenenorganisaties om sociaal-culturele praktijken te ontwikkelen voor en met volwassenen die veranderingsprocessen beogen in de samenleving én die de vertaling zijn van een eigen, doordachte integratie van twee of meer sociaal-culturele functies. Dit behoeft nadere specificatie.

Vooreerst zetten sociaal-culturele volwassenenorganisaties nooit in op slechts één functie, maar werken ze altijd vanuit een combinatie van functies in het geheel van hun werking. In praktijken wordt bijvoorbeeld een gemeenschapsvormende functie gecombineerd met een leer-, cultuur- of maatschappelijke bewegingsfunctie. Net die mix van functies is typerend voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk en werkt onderscheidend tegenover andere sectoren als bijvoorbeeld het volwassenenonderwijs waar in hoofdzaak de leerfunctie centraal staat. Daarom moeten organisaties aantonen dat ze op minstens twee functies een duidelijke visie hebben, en dat ze deze ook geïntegreerd en doelgericht weten te realiseren middels hun werking. Het ontwerp van decreet gaat ervan uit dat meerdere functies in meer of mindere mate in eenzelfde praktijk of in een geheel van praktijken opgezet door een organisatie kunnen gerealiseerd worden. Eenzelfde praktijk of mix van praktijken kan dus als voorbeeld dienen voor meerdere functies.

Het decreet wil organisaties aansporen om welbewust te kiezen voor én kwalitatief sterk te werken aan een eigen mix van minimaal twee functies, die worden beschouwd als hun kernfuncties: dat zijn die functies waarvan kan aangenomen worden dat indien een van die functies zou wegvallen, het uitzicht en de realisatie van missie en visie én de werking fundamenteel zou veranderen. Het zijn functies die als het ware het DNA uitmaken van de organisatie en rechtstreeks in het verlengde liggen van missie en visie. De ‘vrije keuze’ uit de functies zorgt ervoor dat organisaties kunnen inzetten op een doordachte functiemix en een eigen, unieke plaats in het veld van het sociaal-cultureel volwassenenwerk – wat de diversiteit en dynamiek in de sector ten goede kan komen. Uiteraard is het zo dat bij de realisatie van deze kernfuncties ook kan bijgedragen worden aan de realisatie van andere functies, waar niet expliciet wordt op ingezet. Zo kan het bijvoorbeeld dat een organisatie bij het realiseren van de leerfunctie meteen ook bijdraagt aan processen van gemeenschapsvorming zonder dat dit als expliciete ambitie vervat zit in de missie en de visie én de werking. En uiteraard kan het dat een organisatie kiest voor een mix waarin elk van de vier functies evenwaardig vervat zit. Dat is de logische consequentie van het feit dat het sociaal-cultureel volwassenenwerk fundamenteel multifunctioneel is opgevat.

Sociaal-culturele volwassenenorganisaties ontwikkelen dus een samenhangend geheel van sociaal-culturele praktijken in hun werking die een vertaling zijn van de functiekeuze en waarmee ze bijdragen tot het vervullen van de drie maatschappelijke rollen. Zo realiseren ze hun maatschappelijke opdracht zoals ze is opgenomen in hun missie.

Een sterke focus op maatschappelijke innovatie: het sociaal-cultureel volwassenenwerk houdt als vanouds de vinger aan de maatschappelijke pols. Dit decreet wil het sociaal-cultureel volwassenen- werk versterken in zijn rol als laboratorium voor een betere samenleving. Door de laboratoriumrol van het sociaal-cultureel volwassenenwerk expliciet te maken en door de missie en visie van organisaties in het beoordelingskader expliciet te verbinden aan de maatschappelijke context worden organisaties gestimuleerd om maatschappelijk innoverende praktijken te ontwikkelen die een antwoord bieden op maatschappelijke problemen en vraagstukken.

Concrete invulling sociaal-culturele rollen

Definitie sociaal-culturele rollen (decreet): de maatschappelijke bijdragen van sociaal-culturele volwassenenorganisaties als civiele actoren om mee vorm te geven aan demo- cratie en samenleving. Er zijn drie sociaal-culturele rollen:

  • kritische rol: in vraag stellen van waarden, normen, opvattingen, instituties en spelregels en de publieke dialoog daarover voeden en voeren;
  • laboratoriumrol: in maatschappelijk innoverende praktijken experimenteren met nieuwe maatschappelijke spelregels als antwoord op complexe samenlevingsvraagstukken;
  • verbindende rol: mensen verbinden met groepen, gemeenschappen en de brede samenleving door hun ruimtes te bieden waarin ze zich kunnen ontwikkelen in relatie tot anderen en door hun kansen te bieden op deelnemen en deelhebben aan die groepen, aan gemeenschappen en aan de brede samenleving.

Toelichting in de memorie van toelichting

Sociaal-culturele rollen zijn de maatschappelijke bijdragen van sociaal-culturele volwassenenorganisaties als civiele actoren om mee vorm te geven aan democratie en samenleving. De drie sociaal-culturele rollen omschrijven de rol die sociaal-culturele volwassenenorganisaties opnemen in de samenleving:

  • kritische rol
  • laboratoriumrol
  • verbindende rol

De beoordelingscriteria bij de rollen

Beoordelingscriterium decreetToelichting memorie van toelichtingSubcriteria voor beoordeling zoals in besluit Vlaamse RegeringSubcriteria voor evaluatie zoals in besluit Vlaamse Regering
4. de bijdrage van de sociaal-culturele volwassenenorganisatie tot de realisatie van de drie sociaal-culturele rollen;De organisatie realiseert op een kwaliteitsvolle manier een bijdrage aan alle drie de sociaal-culturele rollen: de verbindende, de kritische en de laboratoriumrol. Hierbij is het toegestaan om meer gewicht bij de een of andere rol te leggen, zolang alle drie de rollen worden vervuld.a) de organisatie expliciteert haar visie op de verbindende rol en de wijze waarop ze via haar werking die rol zal waarmaken;
b) de organisatie expliciteert haar visie op de kritische rol en de wijze waarop ze via haar werking die rol zal waarmaken;
c) de organisatie expliciteert haar visie op de laboratoriumrol en de wijze waarop ze via haar werking die rol zal waarmaken.
a) de werkingsgegevens tonen aan hoe de organisatie de verbindende rol waarmaakt;
b) de werkingsgegevens tonen aan hoe de organisatie de kritische rol waarmaakt;
c) de werkingsgegevens tonen aan hoe de organisatie de laboratoriumrol waarmaakt.

Concrete invulling sociaal-culturele functies

Definitie sociaal-culturele functies: het veranderingsproces dat sociaal-culturele volwassenenorganisaties nastreven om hun strategische doelen te realiseren. Er zijn vier sociaal-culturele functies:

  • cultuurfunctie: doelgericht creëren van ruimte waar individuen, groepen of gemeenschappen cultuur kunnen maken, bewaren, delen en eraan deelnemen;
  • gemeenschapsvormende functie: doelgericht faciliteren en opzetten van processen en praktijken die de vorming van groepen en gemeenschappen of de interactie tussen groepen en gemeenschappen ondersteunen;
  • leerfunctie: doelgericht opzetten van leeromgevingen die het leren door individuen, groepen of gemeenschappen mogelijk maken en bevorderen;
  • maatschappelijke bewegingsfunctie: in relatie tot samenlevingsvraagstukken doelgericht ruimte creëren voor engagement en politisering.

Toelichting in memorie van toelichting

Om hun strategische doelen te realiseren en hun sociaal-culturele rollen in de samenleving waar te maken zetten sociaal-culturele volwassenenorganisaties doelgericht praktijken op met individuen, groepen en gemeenschappen. Met die praktijken brengen ze (een mix van) veranderingsprocessen op gang: leren, maatschappelijk bewegen, cultuur maken en smaken, gemeenschap vormen. Deze beoogde veranderingsprocessen bepalen zo mee de vorm en structuur van de praktijken.

Het decreet erkent vier sociaal-culturele functies: de cultuurfunctie, de leerfunctie, de gemeenschaps- vormende functie en de maatschappelijke bewegingsfunctie:

  • cultuurfunctie: sociaal-culturele organisaties realiseren de cultuurfunctie door doelbewust en methodisch onderbouwd ruimte te maken voor en stil te staan bij cultuur als een sociaal gedeeld repertoire van tekens dat betekenis en zin geeft aan de wereld en samenlevingen oriënteert en een bestaansgrond geeft. Doelbewuste interventies binnen de cultuurfunctie zijn er op gericht om cultuur te creëren, te bewaren, te delen en er aan deel te nemen.
  • gemeenschapsvormende functie: sociaal-culturele organisaties realiseren de gemeenschapsvormende functie door doelbewust en methodisch onderbouwd processen op te zetten waarbij mensen tot een groep of gemeenschap groeien, waar bestaande groepen en gemeenschappen versterkt worden of waar groepen en gemeenschappen bij elkaar betrokken geraken over verschillen en grenzen heen. In deze context wordt een groep beschouwd als het geheel van deelnemers aan en deelhebbers in een sociaal-culturele praktijk. Een gemeenschap is een netwerk van personen die in zelforganisatie en samenwerking samen iets delen. Zij kunnen persoonskenmerken (demografisch, sociaal-economisch enzovoort) delen, of betekenissen (cultuur, overtuiging enzovoort), of goederen (ruimte, middelen enzovoort). De actuele samenleving bestaat uit een dynamisch en heterogeen geheel van deels overlappende gemeenschappen, oftewel een ‘gemeenschap van gemeenschappen’.
  • leerfunctie: de leerfunctie wordt gerealiseerd in praktijken waar doelgericht en methodisch onderbouwd een context of omgeving wordt gecreëerd vanuit de ambitie om mensen, groepen of gemeenschappen de kans te geven om te leren. Een leeromgeving is opgevat als het totaal aan middelen, strategieën, personen en faciliteiten dat de lerende in staat stelt om te leren. De lerende leert door middel van interactie met die leeromgeving.
  • maatschappelijke bewegingsfunctie: met de maatschappelijke bewegingsfunctie creëren sociaal-culturele organisaties doelbewust en methodisch onderbouwd ruimte voor maatschappelijk engagement én voor politiseren. Politiseren gebeurt overal waar mensen de particuliere kwesties die ze in hun leefwereld of in relatie tot overheid en markt tegenkomen gezamenlijk tot een publieke zaak maken, met andere woorden: het voeden en voeren van het publieke debat hierover. In praktijken creëren ze doelbewust mogelijkheden om maatschappelijk engagement op te nemen in het publiek maken van deze kwesties of in het experimenteren met waardevolle alternatieven.

De beoordelingscriteria bij de sociaal-culturele functies

De beoordelingscriteria bij de sociaal-culturele functies

Beoordelingscriterium decreetToelichting memorie van toelichtingSubcriteria voor beoordeling zoals in besluit Vlaamse RegeringSubcriteria voor evaluatie zoals in besluit Vlaamse Regering
5. de verduidelijking van de keuze voor minstens twee sociaal-culturele functies en de uitwerking daarvan;De sociaal-culturele volwassenenorganisatie met een landelijke werking zet in op minimaal twee sociaal-culturele functies. Uit de verduidelijking van de functiekeuze en de functiemix moet duidelijk worden hoe die in verband staan met de missie en visie van de organisatie. Daarnaast moeten de functies op een kwaliteitsvolle manier in de praktijk worden gebracht.a) de organisatie geeft aan op welke functies ze wil inzetten en expliciteert haar functiemix;
b) de organisatie heeft een onderbouwde visie op de gekozen functiemix en de onderscheiden functies:
1) voor de cultuurfunctie: de visie op culturele praktijken om de missie te realiseren;
2) voor de leerfunctie: de visie op leerprocessen om de missie te realiseren;
3) voor de gemeenschapsvormende functie: de visie op gemeenschapsvorming om de missie te realiseren;
4) voor de maatschappelijke bewegingsfunctie: de visie op maatschappelijke bewegingspraktijken om de missie te realiseren.
c) de organisatie expliciteert welke werkwijzen ze wil hanteren om de gekozen functies te realiseren:
1) voor de cultuurfunctie: een verantwoorde toekomstige werkwijze van de organisatie om praktijken op te zetten die erop gericht zijn cultuur te creëren, te bewaren, te delen en eraan deel te nemen;
2) voor de leerfunctie: een verantwoorde toekomstige werkwijze om leeromgevingen op te zetten;
3) voor de gemeenschapsvormende functie: een verantwoorde toekomstige werkwijze om processen te ondersteunen en te faciliteren die leiden tot het vormen van groepen en gemeenschappen of tot interacties tussen groepen en gemeenschappen;
4) voor de maatschappelijke bewegingsfunctie: een verantwoorde toekomstige werkwijze om praktijken op te zetten waarin ruimte voor engagement en politisering wordt gecreëerd in relatie tot samenlevingsvraagstukken.
a) voor de cultuurfunctie: de organisatie geeft de aard en de omvang aan van de praktijken en processen die worden opgezet en die erop gericht zijn cultuur te creëren, te bewaren, te delen en eraan deel te nemen, en geeft aan welke resultaten ze heeft bereikt;
b) voor de leerfunctie: de organisatie geeft de aard en de omvang aan van de praktijken en processen die worden opgezet om leren vorm te geven, en geeft aan welke resultaten ze heeft bereikt;
c) voor de gemeenschapsvormende functie: de organisatie geeft de aard en de omvang aan van de praktijken en processen die worden opgezet om de vorming van groepen en gemeenschappen te ondersteunen en te faciliteren of interacties tussen groepen en gemeenschappen te stimuleren, en geeft aan welke resultaten ze heeft bereikt;
d) voor de maatschappelijke bewegingsfunctie: de organisatie geeft de aard en de omvang aan van de praktijken en processen die worden opgezet waarin ruimte voor engagement en politisering wordt gecreëerd, en geeft aan welke resultaten ze heeft bereikt.

2. Hoe moet je de sociaal-culturele rollen en functies begrijpen?

In het maatschappelijk middenveld zijn er veel spelers: vakbonden, ziekenfondsen, lobbygroepen, werkgeversverenigingen, jeugdwerk, … Dit maakt het soms lastig om te begrijpen welke organisaties onder sociaal-cultureel werk voor volwassenen vallen en niet onder pakweg welzijnswerk of onderwijs? Het antwoord ligt in het specifieke samenspel tussen de sociaal-culturele rollen én functies die vervat liggen in de praktijken van organisaties.  

Sociaal-culturele rollen: de maatschappelijke opstelling

Het civiel perspectief zet sociaal-culturele organisaties in het hart van de democratie: als civiele actor dragen ze bij aan het gezond functioneren van het maatschappelijk middenveld en de civiele samenleving. De drie sociaal-culturele rollen vertellen over hoe ze dat doen. Door plekken in de samenleving te creëren waar mensen zich met elkaar kunnen verbinden, kritisch denken en discussiëren over wat er in onze samenleving gebeurt, en waar ze experimenteren met nieuwe en betere maatschappelijke spelregels. Het is als het ware het geschenk dat sociaal-culturle organisaties aan de samenleving geven en waarom ze steun ontvangen van de overheid.

Mensen verbinden

Sociaal-cultureel werk verbindt mensen. Het creëert netwerken. Het speelt zich af in groepen en gemeenschappen waarin mensen hun plek vinden en waarin ze zich kunnen ontwikkelen. Sociaal-cultureel werk neemt dus een verbindende rol op in de samenleving: mensen verenigen, bruggen slaan tussen groepen en gemeenschappen, organisaties een plaats bezorgen in het netwerk van civiele actoren, gedeelde waardekaders aanreiken, vertrouwen in de samenleving creëren. 

Vraagtekens zetten bij wat bestaat

Sociaal-cultureel werk moedigt mensen aan om kritisch na te denken, deel te nemen aan maatschappelijke discussies, onrechtvaardigheid aan de kaak te stellen en te dromen van een duurzame, solidaire, diverse en open samenleving. Dit is de kritische rol van sociaal-cultureel werk, waarbij in vraag wordt gesteld wat vanzelfsprekend is, maatschappelijke regels kritisch worden onderzocht en verbeeld wordt hoe het anders zou kunnen en moeten.

Handen aan de ploeg

Sociaal-culturele praktijken beperken zich niet alleen tot alleen kritische reflecties en debat. Ze stimuleren ook actie. Mensen die samen willen werken aan verandering, die willen experimenteren met nieuwe maatschappelijke spelregels wanneer de huidige regels niet kloppen, niet eerlijk of duurzaam zijn. In sociaal-culturele praktijken wordt geleerd over mogelijke nieuwe oplossingen, vanuit de hoop dat ze zullen werken en dat andere mensen en groepen ze overnemen en verbeteren. Daarom is sociaal-cultureel werk ook een maatschappelijk laboratorium waar burgers op beperkte schaal ‘voorafbeeldingen’ uitproberen van hoe een betere wereld er zou kunnen uitzien.

Die laboratoriumrol wordt al van oudsher opgenomen door het sociaal-cultureel werk. We zijn de mede-uitvinders van de ziekenkassen, de vakbonden, vrouwenrechten, basiseducatie, het opbouwwerk, de sociale economie, het autodelen, het samen-tuinen, … De lijst is eindeloos. In voorgaande decreten was de laboratoriumrol minder prominent aanwezig. De wetgever erkent nu meer dan vroeger de rol van het sociaal-cultureel werk in het aanpakken van zowel nieuwe als oude maatschappelijke problemen en uitdagingen.

Sociaal-culturele functies: de beoogde processen

De drie sociaal-culturele rollen vertellen iets over de strategische opstelling van sociaal-culturele organisaties in de samenleving. Maar sociaal-culturele organisaties herken je niet alleen aan de drie rollen. Andere ‘middenvelders’ nemen immers gelijkaardige rollen op. Denk maar aan vakbonden of NGO`s.

Je herkent sociaal-culturele organisaties ook aan de activiteiten en interventies die ze op touw zetten. Daarmee proberen ze altijd heel doelgericht een eigen mix van ‘processen’ teweeg te brengen. Processen die bijdragen aan de realisatie van hun missie en de drie sociaal-culturele rollen. Deze processen definiëren de vier functies van het sociaal-cultureel werk.  

Prikkels tot leren

Waar praktijken gericht zijn op het faciliteren van leerprocessen bij mensen, groepen, organisaties of zelfs gemeenschappen, spreken we van de leerfunctie. In het decreet wordt deze functie breed en open omschreven: overal waar een context of omgeving wordt gecreëerd waarin mensen kunnen leren. Denk daarbij ruimer dan enkel ‘educatieve programma’s’ zoals cursussen, rondleidingen of trainingen. De leerfunctie kan ook gerealiseerd worden in een project met burgers, een uitwisseling tussen lotgenoten, een online-omgeving, een prikkelende tentoonstelling … Zolang er maar doelgericht wordt ingezet op leerprocessen. 

Groepen en gemeenschappen versterken

Praktijken binnen de gemeenschapsvormende functie zetten in op doelgerichte processen waarbij groepen ontstaan of versterkt worden. Mensen gaan met elkaar aan de slag en ontwikkelen relaties met elkaar. Ze verenigen zich op basis van wat ze met elkaar delen, maar ook met oog voor verschil. Zo woden banden gesmeed binnen de eigen gemeenschap, maar ook over de grenzen van gemeenschappen heen.  

Cultuur maken en smaken

Praktijken waarbinnen cultuur gemaakt of gesmaakt wordt, situeren we binnen de cultuurfunctie. Mensen leren er cultuur kennen en bevragen of laten zich bevragen door wat hen raakt in kunst of kunstenaars. Ze vinden de weg naar culturele evenementen of creëren zelf cultuurproducten zoals toneel, muziek, tentoonstellingen, … Mensen kiezen bewust voor nieuwe culturele belevingen op vlak van eten, kunst, mode, religie en levensbeschouwing. Ze stellen hun eigen culturele achtergrond, gewoonten en rituelen in vraag of delen die met elkaar. Ze verbreden hun zicht op cultuur in de meest brede zin van dat woord.  

Engagement en politisering

Bij de maatschappelijke bewegingsfunctie ligt de nadruk op het creëren van ruimte voor maatschappelijk engagement én op het politiseren. Mensen kunnen zich inzetten voor een campagne om minder vlees te eten. Deelnemen aan een optocht voor een beter asiel- of milieubeleid. Samen met buren een autodeelgroep oprichten. … Het zijn allemaal mogelijkheden tot het opnemen van een engagement die gecreëerd worden door sociaal-culturele organisaties. Maar ook het politiseren hoort bij de maatschappelijke bewegingsfunctie. Dat gebeurt overal waar mensen particuliere kwesties die ze in hun leefwereld tegenkomen, gezamenlijk tot een publieke zaak maken. Als mensen die in armoede leven samen verwoorden hoe hun armoede niet terug te leiden valt tot een ‘individueel probleem’, dan politiseren ze hun armoede. Ze benoemen samen de collectieve en gedeelde oorzaken en zoeken samen naar wat een samenleving kan doen om die armoede te bestrijden. Hetzelfde gebeurt als mensen een onveilige verkeerssituatie of de stijging van het aantal burn-outs aanklagen. Dan politiseren ze. Wat hen raakt, verheffen ze tot een publieke zaak. Tot een kwestie van en voor de gemeenschap of de maatschappij.  

Twee kanten van dezelfde medaille

Functies zitten dus aan de uitvoeringskant. Ze laten zien op welke processen we via onze activiteiten mikken om onze missie en rollen waar te maken.

Rollen vallen daarom niet samen met functies. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken dat de verbindende rol één op één overlapt met de gemeenschapsvormende functie. Niet zo. Uiteraard werkt de gemeenschapsvormende functie verbindend. Maar ook leercontexten of maatschappelijke acties kunnen verbindend werken. De maatschappelijke bewegingsfunctie wordt onterecht ook wel eens gelijkgesteld met de kritische rol. Maar ook binnen de cultuurfunctie kan je bijvoorbeeld via de confrontatie met kunstenaars werken aan het in vraag stellen van de samenleving. Of je kan via culturele activiteiten inzetten op nieuwe maatschappelijke spelregels: leren veganistisch koken bijvoorbeeld.

In wezen kan elke functie bijdragen tot elke rol. Ze zijn als het ware twee kanten van eenzelfde medaille. Bovendien dragen heel veel activiteiten de mogelijkheid in zich om processen op gang te brengen die tot verschillende functies behoren én aan verschillende rollen bijdragen. In een samen-tuin leren mensen zelf groenten en kruiden telen en wordt een gemeenschap gevormd. Maar er wordt ook kritisch nagedacht over hoe onze reguliere voedselconsumptie ertoe leidt dat we boontjes per vliegtuig invoeren. En in de praktijk wordt het alternatief van lokale en seizoensgebonden voedselproductie als nieuwe spelregel uitgeprobeerd.  

Het is dus juist die verwevenheid van rollen en functies die het sociaal-cultureel werk een eigen en herkenbaar gezicht geeft.  

3. Ondersteuning

Wil je weten hoe je concreet aan de slag kan gaan met de rollen en functies? Op onze site vind je een heuse kennisomgeving die je verder op weg zet. Van visieteksten over screencasts tot tools.

Scroll to Top