Wegwijs

Sociaal-cultureel werk

Beleidsdomein cultuur, jeugd, sport en media

Het beleidsdomein cultuur, jeugd, sport en media is één van de tien beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid.

Zoomen we in op het domein cultuur dan onderscheiden we vier groepen van actoren die elk een eigen specifieke functie opnemen in relatie tot het werkveld en het beleid.

1. Departement Cultuur, Jeugd & Media

Een beleidsdomein bestaat uit een departement en een of meer agentschappen. Voor cultuur is dat het Departement Cultuur, Jeugd & Media (CJM). Het departement zorgt voor de beleidsvoorbereiding en de beleidsondersteuning. Het werkt onder het directe gezag en onder de verantwoordelijkheid van de minister.

Het beleidsvoorbereidend en beleidsuitvoerend werk met betrekking tot het sociaal-cultureel volwassenenwerk wordt hoofdzakelijk opgenomen door de afdeling ‘Subsidiëren en erkennen’ en de afdeling ‘Kennis en beleid’ binnen het departement CJM.

Zo is er binnen de afdeling ‘Subsidiëren en erkennen’ een team ‘Sociaal-cultureel en bovenlokaal’ dat onder meer instaat voor de uitvoering van het decreet op het sociaal-cultureel volwassenenwerk.

De afdeling ‘Kennis en beleid’ focust dan weer op cross-sectorale thema’s en transversale beleidsthema’s (bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, cultuureducatie, e-cultuur, … ) of beleidsdomeinoverstijgende beleidsthema’s (bijvoorbeeld armoede, gelijke kansen, …).

2. Strategische adviesraad: SARC

Een strategische adviesraad is een permanent orgaan dat instaat voor adviesverlening over strategische beleidsvraagstukken en hoofdlijnen van beleid. Binnen de structuur van de SARC is er een Algemene Raad, een vast bureau en vier sectorraden waaronder de Sectorraad voor Sociaal-cultureel werk voor Jeugd en Volwassenen. De sectorraden zijn autonoom bevoegd en geven rechtstreeks advies over hun beleidsveld.

Binnen de adviesraad vindt er overleg plaats tussen vertegenwoordigers uit het maatschappelijke middenveld en onafhankelijke deskundigen. De leden van de SARC worden door de Vlaamse Regering benoemd voor een termijn van 4 jaar. Voor vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld gebeurt dit op voordracht van representatieve middenveldorganisaties, voor onafhankelijke deskundigen na een openbare oproep tot kandidaatstelling.

De adviezen en studies die voortkomen uit dit overleg worden bezorgd aan de Vlaamse Regering en aan het Vlaams Parlement.

3. Intermediaire organisaties in de bovenbouw cultuur

De ‘bovenbouw’ cultuur bestaat uit intermediaire organisaties die een plaats innemen tussen de overheid en het veld. Grosso modo kunnen we de bovenbouw opdelen in:

A. Sectorale steunpunten

Sectorale steunpunten: ze zetten in op praktijkondersteuning, praktijkontwikkeling, beeldvorming en promotie en het opnemen van een platformfunctie voor een bepaalde sector.

  • Socius: steunpunt voor sociaal-cultureel werk
  • FARO: steunpunt voor cultureel erfgoed
  • Kunstenpunt: steunpunt voor de professionele kunsten (beeldende kunsten, podiumkunsten en klassieke muziek)
  • VI.BE: steunpunt voor de artiest en muzieksector
  • Circuscentrum: steunpunt voor de circussector

B. Transversale steunpunten

Ze bouwen hun werking uit rond een specifiek thema ten behoeve van een veld:

C. Territoriaal steunpunt bovenlokaal

  • Op/Til: ondersteuning van bovenlokale samenwerking inzake cultuur

D. Fondsen

4. Belangenbehartigers

Belangenbehartigers nemen de verdediging en behartiging van de belangen op van de organisaties uit de sector waaraan ze verbonden zijn. De Federatie doet dit voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk en de amateurkunsten.

5. Werkgevers-, werknemersorganisaties en sociaal overleg binnen het sociaal-cultureel werk

A. Werkgeversorganisaties

Werkgevers in het sociaal-cultureel werk zijn verenigd in Sociare, de Nederlandstalige sectorale werkgeversfederatie voor socioculturele werkgevers die behoren tot de paritaire comités 329.01 (socioculturele sector van de Vlaamse Gemeenschap) of 329.03 (federale en bicommunautaire socioculturele organisaties).

Sociare biedt advies aan zijn leden, organiseert opleiding en netwerking en staat in voor de belangenbehartiging van de leden in diverse (inter)sectorale overlegstructuren.

Sociare is één van de 14 federaties van Verso, de intersectorale werkgeversfederatie voor de socialprofitsector in Vlaanderen, lid van UNISOC, de Unie van Belgische socialprofitondernemingen en van BRUXEO, de interprofessionele werkgeversfederatie voor de social profit in het Brussels Hoofdstedelijk gewest.

B. Werknemersorganisaties

Belangen van werknemers in het sociaal-cultureel werk worden verdedigd door respectievelijke vakbonden: het ACV (Algemeen Christelijk Vakverbond), het ABVV (Algemeen Belgisch Vakverbond) en het ACLVB (Algemene Centrale van Liberale Vakverbonden van België).

C. Sociaal overleg

In sectorale paritaire comités waarin werkgevers- en werknemersorganisaties zetelen worden collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) gesloten, opleidingen voor betaald educatief verlof erkend en verzoening bij arbeidsgeschillen georganiseerd.

Aan die sectorale paritaire comités zijn verschillende sociale fondsen verbonden zoals bijvoorbeeld het Fonds Sociale Maribel dat tewerkstelling in de sector ondersteunt door middel van toekenning van Sociale Maribel-middelen aan organisaties, of het Fonds tweede pensioenpijler, het sectoraal pensioenfonds.

Intersectoraal maken werkgevers- en werknemersorganisaties deel uit van de SERV (Sociaal-Economische Raad Vlaanderen) het Vlaams sociaal overleg tussen werkgevers en de vakbonden. Daar werken de sociale partners in bipartite overleg samen aan adviezen en akkoorden over belangrijke sociaal-economische onderwerpen.

Werkgevers- en werknemersorganisatie overleggen ook met de Vlaamse Regering in een tripartite overleg binnen VESOC (Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité).

Zo maken werkgevers- en werknemersorganisaties samen met de Vlaamse overheid in vijf jaarlijkse VIA-akkoorden (Vlaamse Intersectorale akkoorden), afspraken om de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden in de social profit sector te verbeteren en het management van de organisaties te ondersteunen.

Werkgevers- en werknemersorganisatie hebben samen ook VIVO opgericht, een overkoepelend initiatief rond vorming en tewerkstelling.

Scroll to Top